Insolventierecht
Eigen aangifte faillietverklaring - aangever niet-ontvankelijk verklaard in verzoek tot faillietverklaring…
Rechtbank Rotterdam, 28 januari 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:747 · Rechtbank Rotterdam · 28 januari 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2020-747
Zaakgegevens
Op 28 januari 2020 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 28 januari 2020
- Datum publicatie
- 31 januari 2020
- Zaaknummer
- 569661 rekestnr. 19.158
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2020:747
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Eigen aangifte faillietverklaring - aangever niet-ontvankelijk verklaard in verzoek tot faillietverklaring - naar verwachting geen te executeren vermogen.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
Insolventienummer: [nummer]
Uitspraak: 28 januari 2020
VONNIS op het op 8 maart 2019 ingekomen verzoekschrift, met bijlage(n), van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FREELANCEFACTORING.COM B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
verzoekster,
advocaat mr. A.P. van Elswijk,
strekkende tot faillietverklaring van:
[verweerster] ,
wonende te [adres] ,
[woonplaats] ,
vennoot van [bedrijf] ,
kantoorhoudende aan de [vestigingsadres] ,
[vestigingsplaats] ,
verweerster.
1 De procedure
Verzoekster is, bij monde van mr. A.P. van Elswijk, advocaat, in raadkamer gehoord.
Verweerster is, hoewel op de bij de wet voorgeschreven wijze opgeroepen, niet verschenen.
Naar aanleiding van de bij artikel 3 van de Faillissementswet voorgeschreven brief van de griffier van 11 maart 2019 heeft verweerster een verzoekschrift ingediend waarin zij op
11 oktober 2019 door de rechtbank niet-ontvankelijk is verklaard.
2 De beoordeling
De rechtbank oordeelt dat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van verzoekster en van het bestaan van feiten of omstandigheden die aantonen dat verweerster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verweerster in Nederland ligt.
3 De beslissing
De rechtbank,
- verklaart [verweerster] voornoemd in staat van faillissement;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. B.A. Cnossen, lid van deze rechtbank;
- stelt aan tot curator mr. R.R.M. van den Heuvel, advocaat te Rotterdam;
- geeft last aan de curator tot het openen van brieven en telegrammen aan de gefailleerde gericht.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van
mr. M. Mouthaan, griffier, in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2020 te 10:04 uur.