Insolventierecht
Niet-ontvankelijk moratorium verzoek. Eerder moratorium verzoek toegewezen voor zes maanden. Verzoeker heeft…
Rechtbank Rotterdam, 11 oktober 2021
ECLI:NL:RBROT:2021:10182 · Rechtbank Rotterdam · 11 oktober 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/insolventierecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbrot-2021-10182
Zaakgegevens
Op 11 oktober 2021 heeft de Rechtbank Rotterdam in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 11 oktober 2021
- Datum publicatie
- 19 oktober 2021
- Zaaknummer
- FT EA 21-1250
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2021:10182
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Niet-ontvankelijk moratorium verzoek. Eerder moratorium verzoek toegewezen voor zes maanden.
Verzoeker heeft thans feitelijk verzocht het afgekondigde moratorium te verlengen. Duur voorlopige voorziening maximaal zes maanden.
Door het eerder afgekondigde moratorium is deze periode al maximaal gebruikt.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 11 oktober 2021
[verzoeker] ,
[adres]
[woonplaats],
hierna: verzoeker.
1. De procedure
[naam] heeft namens verzoeker op 11 oktober 2021 een verzoekschrift ex artikel 287b, eerste lid Faillissementswet (Fw) ingediend, met daarbij overgelegd een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.
De uitspraak is bepaald op heden.
2. De beoordeling
Verzoeker heeft al eerder, namelijk op 2 april 2021, met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek om een moratorium te geven ingediend.
Bij uitspraak van 30 april 2021 is door de rechtbank bepaald dat de tenuitvoerlegging van het kantonvonnis van 15 januari 2021 tot ontruiming van de huurwoning aan de [adres] te [woonplaats] voor de duur van zes maanden wordt opgeschort.
Daarbij is tevens het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling door de rechtbank niet ontvankelijk verklaard.
Verzoeker heeft thans feitelijk verzocht het afgekondigde moratorium te verlengen. Artikel 287b lid 5 Faillissementswet bepaalt echter dat de voorlopige voorziening wordt uitgesproken voor de duur van maximaal zes maanden. Door het eerder afgekondigde moratorium is deze periode al maximaal gebruikt. Op grond van artikel 287b Faillissementswet zal de rechtbank dit verzoek niet in behandeling nemen.
3. De beslissing
De rechtbank:
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek ex artikel 287b, eerste lid, Fw;
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Roos-van Toor, rechter, en in aanwezigheid van
B.G. van der Vlies, griffier, in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2021.