Verbintenissenrecht
Verzoek voorlopig getuigenverhoor ingetrokken na indiening verweerschrift. Verweerster heeft nodeloos kosten…
Rechtbank Rotterdam, 11 april 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:5066 · Rechtbank Rotterdam · 11 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/verbintenissenrecht/beschikking/ecli-nl-rbrot-2025-5066
Zaakgegevens
Op 11 april 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 11 april 2025
- Datum publicatie
- 25 april 2025
- Zaaknummer
- 11518607 VZ VERZ 25-543
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2025:5066
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek voorlopig getuigenverhoor ingetrokken na indiening verweerschrift. Verweerster heeft nodeloos kosten gemaakt voor het opstellen van het verweerschrift. Proceskostenveroordeling verzoeker.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11518607 VZ VERZ 25-543
datum uitspraak: 11 april 2025
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoeker] ,
wonende te [plaats] ,
verzoeker,
gemachtigde: mr. J. Pearson, advocaat te Rotterdam
tegen
[verweerster] ,
gevestigd te [plaats] ,
verweerster,
gemachtigde: mr. R. van der Hoeff, advocaat te Rotterdam.
Partijen worden hierna ‘ [verzoeker] ’ en ‘ [verweerster] ’ genoemd.
1 De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
-
het verzoekschrift (ontvangen op 5 februari 2025);
-
het verweerschrift, met één bijlage;
-
de e-mail van de gemachtigde van [verzoeker] van 17 maart 2025;
-
de e-mail van de gemachtigde van [verweerster] van 21 maart 2025;
-
de e-mail van de gemachtigde van [verzoeker] van 26 maart 2025.
2 De beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
[verzoeker] heeft in zijn verzoekschrift de kantonrechter verzocht een voorlopig getuigenverhoor te bevelen. Daarbij heeft hij gesteld dat hij door [verweerster] in kort geding is gedagvaard en dat [verweerster] daarin zijn veroordeling vordert tot ontruiming van de gehuurde woning aangezien hij overlast veroorzaakt aan omwonenden. [verzoeker] stelt dat hij belang heeft bij het voorlopig getuigenverhoor om aan de hand van de afgelegde getuigenverklaringen meer zekerheid te krijgen omtrent de voor de dagvaardingsprocedure relevante feiten en omstandigheden. [verweerster] heeft daartegen verweer gevoerd.
[verzoeker] heeft op 17 maart 2025 de kantonrechter laten weten dat hij zijn verzoek intrekt omdat hij geen belang meer heeft bij het getuigenverhoor. Daarbij heeft hij gesteld dat [verweerster] de ontruiming van de woning heeft aangezegd op basis van het vonnis van de kantonrechter van 7 februari 2025. Bij dat vonnis is de door [verweerster] gevorderde ontruiming toegewezen met de veroordeling van [verzoeker] .
De kantonrechter heeft [verweerster] vervolgens gevraagd of zij instemt met de intrekking van de procedure. [verweerster] heeft de kantonrechter daarop laten weten dat zij aanspraak maakt op een proceskostenveroordeling.
[verzoeker] moet de proceskosten van [verweerster] betalen
Op grond van artikel 289 Rv kan de kantonrechter ambtshalve of op verzoek een proceskostenveroordeling uitspreken. De kantonrechter ziet in dit geval aanleiding om [verzoeker] in de proceskosten van [verweerster] te veroordelen. Door [verweerster] zijn immers nodeloos kosten gemaakt voor het opstellen van het verweerschrift. Deze proceskosten worden vastgesteld op € 271,50 (1/2 punt x € 543,00) aan salaris voor de gemachtigde, nu er geen mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden.