Verbintenissenrecht
Eisers hebben een conflict met de gemeente. De gemeente schakelt een deurwaarder in om dwangsommen te innen…
Rechtbank Rotterdam, 14 maart 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:3048 · Rechtbank Rotterdam · 14 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/verbintenissenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2025-3048
Zaakgegevens
Op 14 maart 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 14 maart 2025
- Datum publicatie
- 10 maart 2025
- Zaaknummer
- 11216086 CV EXPL 24-17800
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2025:3048
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Eisers hebben een conflict met de gemeente. De gemeente schakelt een deurwaarder in om dwangsommen te innen. Eisers stellen dat de deurwaarder onrechtmatig handelt en vorderen dat hij hiermee stopt en een schadevergoeding betaalt. Eisers lijken zich ook af te vragen waarom zij zich aan de regels van de overheid moeten houden.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11216086 CV EXPL 24-17800
datum uitspraak: 14 maart 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser 1] en [eiser 2],
woonplaats: [woonplaats 1],
eisers,
die zelf procederen,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: [woonplaats 2],
gedaagde,
gemachtigde: Likifin Gerechtsdeurwaarders.
De partijen worden hierna ‘[eiser 1]’, ‘[eiser 2]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
1 De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
-
de dagvaarding van 4 juli 2024, met bijlagen;
-
het antwoord, met bijlagen;
-
de akte van [gedaagde] van 8 januari 2025, met aanvullende bijlagen;
-
het proces-verbaal van de zitting op 8 januari 2025.
2 De beoordeling
[eiser 1] en [eiser 2] hebben een conflict met de gemeente Uithoorn over een woonboot. De gemeente heeft dwangsommen opgelegd aan [eiser 1] en [eiser 2]. Zij heeft [gedaagde], een deurwaarder, gevraagd de dwangsommen te innen. [eiser 1] en [eiser 2] stellen dat [gedaagde] onrechtmatig handelt door dit te doen. Zij vorderen [gedaagde] te veroordelen hiermee te stoppen en hem ertoe te veroordelen een voorschot op hun schade van € 23.585,42 te betalen.
De kantonrechter wijst de vordering af. [eiser 1] en [eiser 2] hebben zoals gezegd een conflict met de gemeente Uithoorn, niet met [gedaagde]. [gedaagde] is ‘slechts’ de deurwaarder die op basis van wat de wet bepaalt de besluiten van de gemeente uitvoert. Van onrechtmatig handelen van [gedaagde] is geen sprake.
[eiser 1] en [eiser 2] stellen de vraag, zo begrijpt de kantonrechter uit wat zij stellen in hun dagvaarding: ‘Wij hebben geen contract met de overheid. Waarom moeten wij ons dan aan de regels van de overheid houden?’ Dat is een goede (rechtsfilosofische) vraag. Hét antwoord op die vraag, dat iedereen tevreden zal stellen, heeft de kantonrechter niet. Een antwoord is dat [eiser 1] en [eiser 2], door deel te nemen aan de samenleving, het volgens de regels van democratie en rechtsstaat tot stand gekomen gezag van de wet aanvaarden, zonder dat daar hun handtekening voor nodig is, in ruil waarvoor de overheid bescherming biedt en de orde handhaaft.
[eiser 1] en [eiser 2] krijgen ongelijk. Zij moeten daarom de proceskosten betalen. Die kosten bestaan aan de kant van [gedaagde] uit € 1.086,00 aan salaris voor hun gemachtigde en € 135,00 aan nakosten. Dit is bij elkaar € 1.221,00. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis door een deurwaarder uitgereikt moet worden.
[eiser 1] en [eiser 2] vragen bij afwijzing van de vordering het ‘securitisatienummer’ van de kantonrechter en de deurwaarder te vermelden. Wat zij hiermee precies bedoelen leggen zij echter niet uit.