Verbintenissenrecht

Huurrecht. Dringende werkzaamheden. Tijdelijke ontruiming.

Rechtbank Rotterdam, 17 oktober 2023

Zaakgegevens

Op 17 oktober 2023 heeft de Rechtbank Rotterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
17 oktober 2023
Datum publicatie
17 oktober 2023
Zaaknummer
10737607
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:9627
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Huurrecht. Dringende werkzaamheden. Tijdelijke ontruiming.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 10737607 VV EXPL 23-503

datum uitspraak: 17 oktober 2023

Vonnis in kort geding van de kantonrechter

in de zaak van

Stichting Havensteder ,

vestigingsplaats: Rotterdam,

eiseres,

gemachtigde: mr. P.J. Remmelts,

tegen

[gedaagde01] ,

woonplaats: [woonplaats01] ,

gedaagde,

die niet is verschenen.

De partijen worden hierna ‘Havensteder’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

- de dagvaarding van 9 oktober 2023, met één bijlage.

1.2.

Op 17 oktober 2023 is de zaak tijdens een zitting met Havensteder en mr. P.J. Remmelts besproken. [gedaagde01] is niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend.

2 De beoordeling

2.1.

[gedaagde01] huurt van Havensteder de woning op [adres01] in Rotterdam. In de naastgelegen woning ( [adres02] in Rotterdam) is de mechanische installatie stuk. Om deze te kunnen repareren moet Havensteder in de huurwoning op [adres01] in Rotterdam zijn. Daar zit namelijk de regelaar van de mechanische ventilatie van de naastgelegen woning. [gedaagde01] werkt echter niet mee. Havensteder vordert daarom medewerking van [gedaagde01] en voor het geval hij daar niet aan meewerkt, veroordeling van [gedaagde01] om de woning tijdelijk te verlaten. Deze vordering heeft zoveel haast dat de uitkomst van een bodemprocedure niet afgewacht kan worden. De vordering is niet onrechtmatig of ongegrond. De kantonrechter wijst de vordering daarom toe.

2.2.

Havensteder krijgt gelijk. [gedaagde01] moet daarom de proceskosten betalen. De kosten bestaan tot vandaag uit € 129,86 aan kosten voor de dagvaarding, € 128,00 aan griffierecht en € 529,00 aan salaris voor de gemachtigde van Havensteder. Dit is bij elkaar € 786,86. Voor kosten die Havensteder na deze uitspraak maakt moet [gedaagde01] € 132,00 betalen. Daar kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis door de deurwaarder uitgereikt (‘betekend’) moet worden. Over deze nakosten hoeft in dit vonnis geen aparte beslissing te worden genomen.

2.3.

Dit vonnis wordt zoals Havensteder vordert ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaard. Dit betekent dat ook als deze zaak door [gedaagde01] nog aan de verzetrechter wordt voorgelegd, de uitspraak van de verzetrechter niet hoeft te worden afgewacht en toch door Havensteder afgedwongen kan worden dat [gedaagde01] aan de veroordelingen in dit vonnis voldoet.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde01] om Havensteder, dan wel een door haar in te schakelen derde, gelegenheid te geven om in de woning op [adres01] in Rotterdam herstelwerkzaamheden uit te voeren ten behoeve van de mechanische installatie van de woning op [adres02] in Rotterdam;

3.2.

veroordeelt [gedaagde01] om, als hij weigert te voldoen aan de veroordeling onder 3.1., de woning op [adres01] in Rotterdam binnen drie dagen na de betekening van dit vonnis tijdelijk en/of gedeeltelijk te ontruimen en te verlaten, met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken, voor zover deze laatste niet het eigendom zijn van Havensteder, en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Havensteder, dan wel een door haar in te schakelen derde, te stellen voor de duur van de onder 3.1. genoemde werkzaamheden en voor zover dit noodzakelijk is om het onderzoek en de werkzaamheden uit te (laten) voeren;

3.3.

veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, tot vandaag aan de kant van Havensteder vastgesteld op € 786,86;

3.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.J. Frikkee en in het openbaar uitgesproken.

686