Verbintenissenrecht

Rechtbank Rotterdam · Kort geding · Verbintenissenrecht

Rechtbank Rotterdam, 23 juli 2024

Zaakgegevens

Op 23 juli 2024 heeft de Rechtbank Rotterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
23 juli 2024
Datum publicatie
29 juli 2024
Zaaknummer
11139019 VV EXPL 24-281
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2024:6994
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

KG. Verstek. Ontruiming.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 11139019 VV EXPL 24-281

datum uitspraak: 23 juli 2024

Vonnis in kort geding van de kantonrechter

in de zaak van

de stichting

Stichting Woonstad Rotterdam,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

gemachtigde: mr. R. van der Hoeff te Rotterdam,

tegen

de stichting

Centrale Administratie voor Voorzieningen op het Gebied van Gezondheid- en Welzijnszorg, in haar hoedanigheid van bewindvoerder van dhr. [persoon A],

gevestigd te Zoetermeer,

gedaagde,

die niet is verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 8 juli 2024;

  • de 18 producties van eiseres.

1.2.

Op 16 juli 2024 is de zaak tijdens een zitting met eiseres en mr. Van der Hoeff besproken. Gedaagde is niet verschenen.

2 De vordering

Eiseres vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. gedaagde te veroordelen om de woning aan de [adres] te Rotterdam binnen 3 dagen na betekening van het te wijzen vonnis, met alle daarin zich bevindende personen en/of zaken te ontruimen en te verlaten en door afgifte der sleutels aan eiseres ter beschikking te stellen;

  2. gedaagde te veroordelen tot betaling aan eiseres van buitengerechtelijke kosten ad € 462,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding tot de datum der algehele voldoening;

  3. met veroordeling van gedaagde in de kosten van het geding.

3 De beoordeling

3.1.

Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat tegen de niet verschenen gedaagde verstek wordt verleend.

3.2.

Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv). Uit de stellingen van eiseres volgt dat deze spoed aanwezig is.

3.3.

De gevorderde ontruiming komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor (artikel 139 Rv). Het is voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst wordt ontbonden en gedaagde wordt veroordeeld om het gehuurde te ontruimen. [persoon A] veroorzaakt langdurig en structureel overlast aan omwonenden vanuit het gehuurde en het gehuurde wordt door hem ernstig verwaarloosd. Het is daarom gerechtvaardigd om in deze procedure vooruit te lopen op de beslissing in een bodemprocedure en gedaagde te veroordelen het gehuurde te ontruimen.

De ontruimingstermijn wordt bepaald op 14 dagen na de betekening van dit vonnis.

3.4.

De gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen.

Eiseres heeft niet, althans onvoldoende gesteld op welke datum de aanmaning in de zin van artikel 6:96 lid 6 BW door gedaagde is ontvangen en of de inhoud van die aanmaning voldoet aan de wettelijke vereisten. In dit verband wordt verwezen naar de uitspraak van de Hoge Raad van 25 november 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2704).

3.5.

Gedaagde moet de proceskosten van eiseres betalen, omdat zij grotendeels ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten op:

- dagvaarding € 140,17

- griffierecht € 130,00

- salaris gemachtigde € 543,00

- nakosten € 135,00

Totaal € 948,17

Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

3.6.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat eiseres dat vordert (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

4 De beslissing

De kantonrechter, rechtdoende in kort geding:

4.1.

verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagde;

4.2.

veroordeelt gedaagde om, binnen 14 dagen na de betekening van dit vonnis, de woning aan de [adres] te Rotterdam met alle daarin zich bevindende personen en/of zaken te ontruimen en te verlaten en door afgifte van de sleutels aan eiseres ter beschikking te stellen;

4.3.

veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 948,17, te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe; als gedaagde niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis wordt betekend, moet gedaagde ook de kosten van betekening betalen;

4.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken.

775