Verbintenissenrecht
KG. Verstek. Ontruiming woning.
Rechtbank Rotterdam, 17 november 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:13586 · Rechtbank Rotterdam · 17 november 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/verbintenissenrecht/kort-geding/ecli-nl-rbrot-2025-13586
Zaakgegevens
Op 17 november 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 17 november 2025
- Datum publicatie
- 24 november 2025
- Zaaknummer
- C/10/708501 / KG ZA 25-1037
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. E.M. Richel te Schiedam
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2025:13586
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
KG. Verstek. Ontruiming woning.
Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/708501 / KG ZA 25-1037
Vonnis in kort geding van 17 november 2025
in de zaak van
1 [eiser 1],
wonend in Rotterdam,
2. [eiser 2],
wonend in Rotterdam,
3. [eiser 3],
wonend in Spijkenisse,
4. [eiser 4],
wonend in Noordwijk,
eisers,
advocaat: mr. E.M. Richel te Schiedam,
tegen
[gedaagde] ,
wonend in Hellevoetsluis,
gedaagde,
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding van 20 oktober 2025, met 4 producties;
-
de mondelinge behandeling op 7 november 2025.
2 De vordering
Eisers vorderen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
-
gedaagde te veroordelen om de aan de nalatenschap toebehorende woning op het adres [adres] binnen 14 dagen na betekening van het vonnis te ontruimen met al het hare en de haren, en de woning in goede staat en leeg op te leveren aan eisers;
-
gedaagde te veroordelen tot betaling aan de nalatenschap van een bedrag van € 593,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 juni 2025 tot aan de dag van de betaling;
-
gedaagde te veroordelen in de proceskosten.
3. De beoordeling
Gedaagde is niet in de procedure verschenen. Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten en termijnen in acht genomen, zodat tegen gedaagde verstek wordt verleend.
De voorzieningenrechter begrijpt dat de woning waarop de eerste vordering betrekking heeft op grond van het wettelijke erfrecht eigendom is geworden van eisers als erfgenamen. Eisers stellen dat de woning in het kader van de vereffening van de nalatenschap moet worden verkocht om de schulden van de nalatenschap te kunnen betalen. Ter zitting hebben zij verschillende schulden concreet benoemd. Daarnaast lijdt de nalatenschap schade doordat gedaagde zonder recht of titel en op kosten van de nalatenschap gebruik maakt van de woning. Daarmee is het spoedeisend belang bij de vordering tot ontruiming voldoende gegeven. Gedaagde wordt dan ook veroordeeld om, binnen 14 dagen na de betekening van dit vonnis, de woning te ontruimen en in goede staat op te leveren aan eisers.
Eisers leggen aan de geldvordering ten grondslag dat gedaagde na het overlijden van de erflater een bedrag van € 593,00 van de bankrekening van de erflater heeft opgenomen en dat gedaagde dit bedrag moet terugbetalen aan de nalatenschap. Ter zitting hebben eisers desgevraagd op het punt van het spoedeisend belang toegelicht dat de crediteuren van de nalatenschap worden benadeeld. Die enkele omstandigheid is onvoldoende om spoedeisend belang bij deze vordering aan te nemen. Om die reden kan de geldvordering niet in kort geding worden toegewezen. Dat laat onverlet dat gedaagde, indien zij dat bedrag na het overlijden van de erflater van zijn bankrekening heeft opgenomen, gehouden is dat bedrag met rente terug te betalen aan de nalatenschap.
Gedaagde is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van eisers betalen. Deze kosten worden begroot op:
- dagvaarding € 145,45
- griffierecht € 1.374,00
- salaris advocaat € 715,00
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 2.412,45
4 De beslissing
De voorzieningenrechter:
verleent verstek tegen gedaagde;
veroordeelt gedaagde om, binnen 14 dagen na de betekening van dit vonnis, de aan de nalatenschap toebehorende woning op het adres [adres] te ontruimen met al het hare en de haren, en de woning in goede staat en leeg op te leveren aan eisers;
veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 2.412,45, te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe; als betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, moet gedaagde € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
verklaart 4.2 en 4.3 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B. van Velzen en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2025.
2091/3194