Verbintenissenrecht

Verstekvonnis in kort geding. Ontruiming woonruimte.

Rechtbank Rotterdam, 24 maart 2025

Zaakgegevens

Op 24 maart 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
24 maart 2025
Datum publicatie
2 juli 2025
Zaaknummer
11590682 VV EXPL 25-148
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:7857
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verstekvonnis in kort geding. Ontruiming woonruimte.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11590682 VV EXPL 25-148

datum uitspraak: 24 maart 2025

Vonnis in kort geding van de kantonrechter

in de zaak van

[eiseres] ,

vestigingsplaats: [plaats] ,

eiseres,

gemachtigde: mr. S.P.E. Smeenk,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: [plaats] ,

gedaagde,

die niet is verschenen.

De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Op 14 maart 2025 is [gedaagde] door [eiseres] gedagvaard in kort geding.

1.2.

Op 20 maart 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken met [persoon A] voor [eiseres] en mr. Smeenk. [gedaagde] is niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend.

2 De beoordeling

Toewijzing eis

2.1.

Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv). Uit de stellingen van [eiseres] volgt dat deze spoed aanwezig is, want in het complex waar zich de woonruimte van [gedaagde] bevindt moeten op last van de brandweer op korte termijn werkzaamheden worden uitgevoerd om de brandveiligheid te verbeteren. Daartoe moet gelegenheid worden geboden. Daarom wordt de eis toegewezen en lijkt deze niet onrechtmatig of ongegrond (artikel 139 Rv).

Proceskosten

2.2.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 145,45 aan dagvaardingskosten, € 135,- aan griffierecht, € 543,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 958,45. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen op de wijze hieronder vermeld.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

2.3.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard , omdat [eiseres] dat eist (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om binnen drie dagen na betekening van het vonnis de woning aan [adres] in [plaats] tijdelijk en/of gedeeltelijk te ontruimen en verlaten, met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken, voor zover deze laatste niet het eigendom van [eiseres] zijn, en onder afgifte van alle sleutels ter vrije en algehele beschikking van [eiseres] , dan wel een door [eiseres] in te schakelen derde, te stellen voor de duur van de onder sub 4 in het lichaam van de dagvaarding genoemde werkzaamheden voor zover dit noodzakelijk is om de werkzaamheden uit te (laten) voeren;

3.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 958,45 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom en in het openbaar uitgesproken.

465