Verbintenissenrecht
ontruiming afgewezen, geen belang ivm toewijzing in bodemzaak, wel deel h.a.
Rechtbank Rotterdam, 9 oktober 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:13878 · Rechtbank Rotterdam · 9 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/verbintenissenrecht/kort-geding/ecli-nl-rbrot-2026-13878
Zaakgegevens
Op 9 oktober 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 9 oktober 2026
- Datum publicatie
- 12 oktober 2026
- Zaaknummer
- 12356549 VV EXPL 26-511
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:13878
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
ontruiming afgewezen, geen belang ivm toewijzing in bodemzaak, wel deel h.a.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 12356549 VV EXPL 26-511
datum uitspraak: 9 oktober 2026
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
Lometi B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. R.S. Namjesky,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. D.A. IJpelaar.
De partijen worden hierna ‘Lometi’ en ‘ [gedaagde] genoemd.
1 De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
- de dagvaarding van 24 augustus 2026, met bijlagen.
Op 24 september 2026 is deze zaak tijdens een zitting besproken, tegelijk met de bodemprocedure met zaaknummer 12250771 CV EXPL 26-13577. Daarbij waren aanwezig:
-
namens Lometi [persoon A] ( [functie] ) en de gemachtigde;
-
[gedaagde] en de gemachtigde.
2 Waar gaat de zaak over?
Lometi verhuurt sinds 1 november 2025 aan [gedaagde] de woning aan het adres [adres] te [plaats] (hierna: het gehuurde). Volgens Lometi is de huurovereenkomst aangegaan voor bepaalde tijd (tot 26 december 2026). De overeengekomen huurprijs bedraagt € 1.350,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen.
Lometi heeft bij dagvaarding van 21 mei 2026 gesteld dat de huurachterstand € 9.045,- berekend tot en met mei 2026 bedraagt. Ten tijde van de dagvaarding in kort geding
(24 augustus 2026) was er sprake van een huurachterstand van € 13.095,- berekend tot en met augustus 2026. Ten tijde van de mondelinge behandeling was er een huurachterstand van meer dan 9 maanden. Lometi eist dat [gedaagde] de huurachterstand en de lopende huur betaalt. Lometi wil ook dat de huurovereenkomst eindigt en dat [gedaagde] de woning ontruimt. [gedaagde] moet van de kantonrechter inderdaad de huurachterstand betalen en de woning verlaten. Hierna wordt uitgelegd waarom.
3 De beoordeling
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de eis in een gewone procedure wordt toegewezen. Verder moet het belang dat Lometi heeft bij toewijzing van de eis worden meegewogen en de gevolgen hiervan voor [gedaagde] als deze uitspraak later wordt teruggedraaid.
De kantonrechter zal de geëiste ontruiming in dit kort geding afwijzen, omdat die eis in de bodemprocedure wordt toegewezen. Een voorlopige voorziening op dit punt is daarom niet meer nodig.
De kantonrechter zal wel de geëiste huur vanaf 1 juni 2026 tot datum ontbinding toewijzen. In de bodemprocedure heeft Lometi aan achterstallige huur alleen geëist de huur tot en met mei 2026 en de gebruiksvergoeding vanaf de datum van ontbinding tot en met de datum van ontruiming. Daarom zijn alleen die bedragen in die procedure toegewezen. In dit kort geding eist Lometi betaling een bedrag van € 1.350,- vanaf december 2025 tot en met het moment van de ontruiming. Voor het deel van die eis dat betrekking heeft op de periode vóór 1 juni 2026 en de periode vanaf het moment van de ontbinding heeft Lometi geen belang, omdat vandaag ook vonnis wordt gewezen in de bodemprocedure en dat gedeelte in dat vonnis al wordt toegewezen. In zoverre zal de eis daarom worden afgewezen. Voor het overige (dus voor de periode vanaf 1 juni tot en met de datum van ontbinding) zal de eis worden toegewezen, om dezelfde redenen zoals vermeld onder 2.4 van het vonnis in de bodemprocedure.
[gedaagde] moet rente betalen
De rente wordt toegewezen, omdat Lometi genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. De rente wordt toegewezen vanaf de vervaldatum van de betreffende huurtermijn tot de dag van de betaling.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Lometi moet betalen op € 153,02 aan dagvaardingskosten, € 139,- aan griffierecht, € 577,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.013,02. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Lometi dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
4 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om vanaf 1 juni 2026 tot en met vandaag aan Lometi te betalen € 1.350,- per maand met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over de hoofdsom die vanaf 1 juni 2026 heeft opengestaan, vanaf de vervaldatum van de betreffende huurtermijn tot de dag dat volledig is betaald;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Lometi worden begroot op € 1.013,02, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na vandaag tot de dag dat volledig is betaald;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
821