Verbintenissenrecht

Kort geding, huurachterstand en ontruiming, verstek.

Rechtbank Rotterdam, 9 juli 2026

Zaakgegevens

Op 9 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
9 juli 2026
Datum publicatie
6 augustus 2026
Zaaknummer
12260011 VV EXPL 26-330
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:9704
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Kort geding, huurachterstand en ontruiming, verstek.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 12260011 VV EXPL 26-330

datum uitspraak: 9 juli 2026

Vonnis in kort geding van de kantonrechter

in de zaak van

[eiseres] ,

vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,

eiseres,

gemachtigde: mr. Th.C. Visser,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: [woonplaats] ,

gedaagde,

die niet is verschenen.

De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit het volgende processtuk:

- de dagvaarding van 13 juni 2026, met bijlagen.

1.2.

Op 25 juni 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken met mr. Q. de Heus namens de gemachtigde van [eiseres] . [gedaagde] is niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend.

2 De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

2.1.

[gedaagde] huurt vanaf 8 maart 2021 de woning aan de [adres] in Rotterdam van [eiseres] . De huur is nu € 970,28 per maand. Volgens [eiseres] is er een huurachterstand ontstaan. [eiseres] eist dat [gedaagde] die huurachterstand met bijkomende kosten betaalt en dat hij de woning moet verlaten. De kantonrechter geeft [eiseres] grotendeels gelijk. Hierna wordt uitgelegd waarom.

De eis wordt grotendeels toegewezen

2.2.

Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv). Uit de stellingen van [eiseres] volgt dat deze spoed aanwezig is. De eis wordt voor het grootste deel toegewezen, omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond lijkt (artikel 139 Rv). De kantonrechter gaat hierna alleen in op het deel van de eis dat helemaal of voor een deel wordt afgewezen.

[gedaagde] hoeft geen buitengerechtelijke incassokosten te betalen

2.3.

De vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. [eiseres] heeft pas recht op een vergoeding als een brief is gestuurd waarin [gedaagde] de kans heeft gekregen om binnen de in de wet genoemde termijn alsnog zonder extra kosten te betalen (artikel 6:96 lid 6 BW). De brief die aan [gedaagde] is gestuurd voldoet niet aan de wet, omdat deze termijn pas mag ingaan op de dag nadat [gedaagde] de brief heeft ontvangen.

Langere ontruimingstermijn

2.4.

[eiseres] eist dat [gedaagde] de woning binnen 5 dagen na de datum van dit vonnis moet verlaten, maar deze termijn vindt de kantonrechter te kort voor de ontruiming van een woning. De ontruimingstermijn wordt daarom bepaald op 14 dagen na de betekening van dit vonnis.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

2.5.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 153,02 aan dagvaardingskosten, € 559,- aan griffierecht, € 577,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.433,02. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de vijftiende dag nadat dit vonnis is betekend.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

2.6.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard , omdat [eiseres] dat eist (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na de datum waarop dit vonnis is betekend de woning aan de [adres] in Rotterdam te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van [eiseres] te stellen;

3.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 6.222,24 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf de dag van dagvaarding tot de dag dat volledig is betaald;

3.3.

veroordeelt [gedaagde] om vanaf 1 juli 2026 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt € 970,28 per maand te betalen aan [eiseres] ;

3.4.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 1.433,02 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag nadat dit vonnis is betekend tot de dag dat volledig is betaald;

3.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.6.

wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. W.P.M. Jurgens en in het openbaar uitgesproken.

43416

ECLI:NL:HR:2016:2704