Vreemdelingenrecht
zelfde gronden aangevoerd als in vorige procedure
Rechtbank 's-Gravenhage, 26 april 2012
ECLI:NL:RBSGR:2012:BW4638 · Rechtbank 's-Gravenhage · 26 april 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-s-gravenhage/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbsgr-2012-bw4638
Zaakgegevens
Op 26 april 2012 heeft de Rechtbank 's-Gravenhage in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank 's-GravenhageRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 april 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 12/13294
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBSGR:2012:BW4638
Samenvatting
zelfde gronden aangevoerd als in vorige procedure
Uitspraak
RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
Nevenzittingsplaats Dordrecht
Sector Bestuursrecht
Vreemdelingenkamer
procedurenummer: AWB 12/13294, V-nummer: [nummer],
uitspraak van de enkelvoudige kamer
in het geding tussen
[naam], eiser,
gemachtigde: mr. S. de Schutter, advocaat te Amsterdam,
en
de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, verweerder.
1. Ontstaan en loop van het geding
1.1. Verweerder heeft eiser op 25 juli 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld.
1.2. Bij faxbericht van 20 april 2012 heeft eiser beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring, nadat de rechtbank het vorige beroep van eiser tegen het voortduren van zijn bewaring bij uitspraak van 15 maart 2012 ongegrond heeft verklaard.
2. Overwegingen
2.1. De rechtbank constateert dat eiser dezelfde gronden heeft aangevoerd, zij het met aanpassing van enkele data, als in de procedure bekend onder nummer AWB 12/7571. In die procedure is het beroep ongegrond verklaard. Met de aanpassing van de data heeft eiser geen feiten of omstandigheden gesteld die aanleiding geven tot een ander oordeel.
2.2. Het beroep is derhalve ongegrond.
Er is geen grond voor schadevergoeding.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
2.3. Gezien het voorgaande beslist de rechtbank als volgt.
3. Beslissing
De rechtbank 's-Gravenhage:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Aldus gegeven door mr. J.J. Klomp, rechter, en door deze en P. van den Berg, griffier, ondertekend.