Vreemdelingenrecht

De rechtbank constateert dat eiser wederom dezelfde gronden heeft aangevoerd, zij het met aanpassing van…

Rechtbank 's-Gravenhage, 14 mei 2012

Zaakgegevens

Op 14 mei 2012 heeft de Rechtbank 's-Gravenhage in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
14 mei 2012
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
12/14586
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBSGR:2012:BW5831
E-mail

Samenvatting

De rechtbank constateert dat eiser wederom dezelfde gronden heeft aangevoerd, zij het met aanpassing van enkele data, als in de procedures bekend onder nummer AWB 12/7414 en AWB 12/10930. In die twee eerdere procedures is het beroep ongegrond verklaard. Met opnieuw slechts de aanpassing van de data, heeft eiser geen feiten en omstandigheden gesteld die aanleiding geven tot een ander oordeel.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Nevenzittingsplaats Dordrecht

Sector Bestuursrecht

Vreemdelingenkamer

procedurenummer: AWB 12/14586, V-nummer: [nummer],

uitspraak van de enkelvoudige kamer

in het geding tussen

[naam], eiser,

gemachtigde: mr. Y. Özdemir, advocaat te 's-Gravenhage,

en

de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Verweerder heeft eiser op 8 december 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld.

1.2. Bij faxbericht van 2 mei 2012 heeft eiser beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring, nadat de rechtbank het vorige beroep van eiser tegen het voortduren van zijn bewaring bij uitspraak van 6 april 2012 ongegrond heeft verklaard.

2. Overwegingen

2.1. De rechtbank constateert dat eiser wederom dezelfde gronden heeft aangevoerd, zij het met aanpassing van enkele data, als in de procedures bekend onder nummer AWB 12/7414 en AWB 12/10930. In die twee eerdere procedures is het beroep ongegrond verklaard. Met opnieuw slechts de aanpassing van de data, heeft eiser geen feiten en omstandigheden gesteld die aanleiding geven tot een ander oordeel.

2.2. Het beroep is derhalve ongegrond.

Er is geen grond voor schadevergoeding.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

2.3. Gezien het voorgaande beslist de rechtbank als volgt.

3. Beslissing

De rechtbank 's-Gravenhage:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Aldus gegeven door mr. J.J. Klomp, rechter, en door deze en H. Philips, griffier, ondertekend.