Vreemdelingenrecht
Maximale termijn voor vrijwillig vertrek toegekend, geen voor eiseres voordeliger beslissing mogelijk. Het…
Rechtbank 's-Gravenhage, 30 mei 2012
ECLI:NL:RBSGR:2012:BX3776 · Rechtbank 's-Gravenhage · 30 mei 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-s-gravenhage/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbsgr-2012-bx3776
Zaakgegevens
Op 30 mei 2012 heeft de Rechtbank 's-Gravenhage in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank 's-GravenhageRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 mei 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- AWB 12/5457
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBSGR:2012:BX3776
Samenvatting
Maximale termijn voor vrijwillig vertrek toegekend, geen voor eiseres voordeliger beslissing mogelijk. Het betoog dat verweerder zou moeten informeren over mogelijkheid verlenging van vertrektermijn te verzoeken, kan in procedure omtrent terugkeerbesluit niet tot beoogde resultaat leiden.
Aan eiseres is een terugkeerbesluit uitgereikt waarbij eiseres is aangezegd dat zij de Europese Unie binnen een termijn van 28 dagen dient te verlaten.
Nu eiseres de ingevolge artikel 62 van de Vw 2000 maximaal mogelijke termijn voor vrijwillig vertrek is toegekend, bestond voor verweerder geen ruimte op humanitaire gronden of anderszins meer in het voordeel van eiseres te beslissen dan hij heeft gedaan. Er bestaat daarom geen grond voor de stelling dat eiseres onvoldoende is gehoord.
Voor zover eiseres heeft betoogd dat verweerder haar had moeten informeren omtrent de mogelijkheid verlenging van de vertrektermijn aan te vragen, overweegt de rechtbank dat dit in de onderhavige zaak, die betrekking heeft op het terugkeerbesluit en niet op een verlengingsverzoek, niet tot het door eiseres beoogde resultaat kan leiden.
Uitspraak
RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE
Sector bestuursrecht
Zittinghoudende te Amsterdam
zaaknummer: AWB 12/5457
V-nr: [nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen
[eiseres],
geboren op [1976], van Nigeriaanse nationaliteit, eiseres,
gemachtigde: mr. R.T. Laigsingh, advocaat te Amsterdam
en
de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel,
verweerder,
gemachtigde: mr. I. Boon, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst.
Procesverloop
Op 19 januari 2012 heeft verweerder een terugkeerbesluit aan eiseres uitgereikt waarbij eiseres is aangezegd dat zij de Europese Unie binnen een termijn van 28 dagen dient te verlaten. Op 16 februari 2012 heeft de rechtbank het beroepschrift van eiseres ontvangen. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 mei 2012. Eiseres is vertegenwoordigd door haar gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn voornoemde gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.
Overwegingen
1. Niet in geschil is dat eiseres niet rechtmatig in Nederland verbleef ten tijde van het bestreden besluit. Verweerder was om deze reden op grond van artikel 62a van de Vreemdelingenwet (Vw) 2000 gehouden eiseres een zogenaamd terugkeerbesluit uit te reiken.
2. Nu eiseres de ingevolge artikel 62 van de Vw 2000 maximaal mogelijke termijn voor vrijwillig vertrek is toegekend, bestond voor verweerder geen ruimte op humanitaire gronden of anderszins meer in het voordeel van eiseres te beslissen dan hij heeft gedaan. Dat eiseres stelt wel een adres te hebben, kan dit niet anders maken.
3. Voorts blijkt uit de stukken dat eiseres in de Engelse taal de strekking van het terugkeerbesluit is uitgelegd en dat zij heeft verklaard die te hebben begrepen.
4. Reeds omdat zoals hierboven overwogen geen ruimte bestond voor een voor eiseres voordeliger beslissing, bestaat geen grond voor de stelling dat zij onvoldoende is gehoord.
5. Voor zover eiseres heeft betoogd dat verweerder haar had moeten informeren omtrent de mogelijkheid verlenging van de vertrektermijn aan te vragen op de voet van artikel 62, derde lid, van de Vw 2000 in samenhang met artikel 6.3 van het Voorschrift Vreemdelingen 2000, overweegt de rechtbank dat dit in de onderhavige zaak, die betrekking heeft op het terugkeerbesluit en niet op een verlengingsverzoek, niet tot het door eiseres beoogde resultaat kan leiden.
6. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank,
in de zaak geregistreerd onder nummer: AWB 12/5457,
- verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J. Dondorp, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E. Pluymaekers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2012.