Civiel recht overig

Minderjarige verblijft in een crisispleeggezin en met het oog op hechting aan zijn vader en moeder is…

Rechtbank Utrecht, 25 oktober 2012

Zaakgegevens

Op 25 oktober 2012 heeft de Rechtbank Utrecht in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Utrecht
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
25 oktober 2012
Datum publicatie
3 augustus 2015
Zaaknummer
331213 / JE RK 12-2642
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBUTR:2012:7330
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Minderjarige verblijft in een crisispleeggezin en met het oog op hechting aan zijn vader en moeder is spoedige hereniging van belang. Er dient snel duidelijkheid te komen over de termijn waarbinnen minderjarige en moeder met veilige waarborgen naar Polen kunnen terugkeren. De machtiging uithuisplaatsing wordt met 1 maand verlengd en voor de rest aangehouden, in afwachting van nadere rapportage over de situatie.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector Familie & Toezicht

Verlenging machtiging uithuisplaatsing

Zaak-/rolnummer: 331213 / JE RK 12-2642

Beschikking van de kinderrechter van 25 oktober 2012 met betrekking tot de minderjarige:

[minderjarige], geboren op [2010] te [geboorteplaats] ,

nader te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt naast de verzoeker als belanghebbenden aan:

- Bureau Jeugdzorg Utrecht,

(mede) kantoor houdende te Utrecht,

- [A] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: de vader,

- [B] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: de moeder,

1 Verloop van de procedure

1.1.

[minderjarige] is voorlopig onder toezicht gesteld van de Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht. De voorlopige ondertoezichtstelling loopt tot 12 januari 2013.

1.2.

de Raad voor de Kinderbescherming heeft op 12 oktober 2012 telefonisch en vervolgens op 15 oktober 2012 schriftelijk verzocht [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van twaalf maanden en alvast een voorlopige ondertoezichtstelling uit te spreken voor de duur van ten hoogste drie maanden. De Raad heeft tevens verzocht een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een crisispleeggezin te verlenen voor de periode van drie maanden.

1.3.

Bij beschikking van 12 oktober 2012 heeft de kinderrechter een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een crisispleeggezin, met ingang van 12 oktober 2012 tot 9 november 2012 en is het verzoek voor het overige aangehouden.

1.4.

Op 25 oktober 2012 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De griffier heeft van de inhoud daarvan aantekening gehouden. Bij de behandeling zijn verschenen:

  • Vader, de heer [A] ,

  • Moeder, mevrouw [B] ,

  • De heer [C] , vertegenwoordiger namens de stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht.

  • De heer [D] , vertegenwoordiger namens de Raad voor de Kinderbescherming

  • Mevrouw Itchcock-Szafranska, tolk Pools voor vader en moeder.

2 Vaststellingen en overwegingen

2.1.

Op grond van de verkregen informatie van de zijde van de Raad voor de Kinderbescherming, vestiging Utrecht en hetgeen tijdens de zitting naar voren is gebracht, is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de termijn van machtiging tot uithuisplaatsing in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] noodzakelijk is.

2.2.

Ter terechtzitting is naar voren gekomen dat de moeder en haar meerderjarige dochter met partner voornemens zijn om terug te keren naar Polen waar zij in het huis van grootmoeder m.z. kunnen wonen. De vader heeft verklaard dat hij, in het belang van [minderjarige] , bereid is om op een andere plek te verblijven zodat [minderjarige] bij de moeder kan wonen.

2.3.

De heer [C] heeft namens de stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht verklaard dat een terugkeer van de moeder en [minderjarige] naar Polen mogelijk is, nadat de veiligheid van [minderjarige] in Polen gewaarborgd kan worden. Hiervoor zal stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht contact opnemen met de Poolse kinderbescherming.

2.4.

Naar aanleiding van de overgelegde stukken en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gebracht, is de kinderrechter van oordeel dat de termijn van de machtiging uithuisplaatsing dient te worden verlengd voor de duur van één maand. De kinderrechter overweegt dat er sprake is geweest van een zeer onveilige opvoedingssituatie van [minderjarige] . [minderjarige] verblijft in een crisispleeggezin en met het oog op hechting van [minderjarige] aan zijn vader en moeder acht de kinderrechter het in het belang van [minderjarige] dat hij zo spoedig mogelijk herenigd dient te worden met zijn ouders. De wens van moeder is om met [minderjarige] terug te keren naar Polen.

De kinderrechter overweegt dat er snel duidelijkheid dient te komen voor [minderjarige] en dat duidelijk wordt binnen welke termijn [minderjarige] en de moeder met veilige waarborgen naar Polen kunnen terugkeren. De kinderrechter zal de machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige] daarom verlengen met één maand, te weten tot 9 november 2012 en het verzoek voor het overige aanhouden. De kinderrechter verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming voor 1 december 2012 de rechtbank schriftelijk te informeren over de ontwikkeling van [minderjarige] , de thuissituatie van de moeder, de (on)mogelijkheden voor terugkeer naar Polen, ingezette hulpverlening en of het aangehouden deel van het verzoek wordt gehandhaafd. Bij handhaving zal een nieuwe zittingsdatum worden bepaald.

3 Beslissing

De kinderrechter

3.1.

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een crisispleeggezin met ingang van 9 november 2012 tot 9 december 2012;

3.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

Deze beslissing is gegeven door mr. P.J.M. Mol, kinderrechter, en ter openbare terechtzitting van 15 oktober 2012 uitgesproken in tegenwoordigheid van J.T. Maalderink, griffier.

Tegen deze uitspraak kan beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof te Arnhem, door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze uitspraak is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening van de uitspraak of nadat de uitspraak hun op andere wijze bekend is geworden.