Civiel recht overig

consequentie niet tijdige betaling griffierecht door gedaagde

Rechtbank Utrecht, 28 november 2012

Zaakgegevens

Op 28 november 2012 heeft de Rechtbank Utrecht in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Utrecht
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
28 november 2012
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
328986 - HA ZA 12-1042
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBUTR:2012:BY5379
E-mail

Samenvatting

consequentie niet tijdige betaling griffierecht door gedaagde

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handel en kanton

Handelskamer

zaaknummer / rolnummer: 328986 / HA ZA 12-1042

Vonnis van 28 november 2012

in de zaak van

1. [eiser 1],

wonende te [woonplaats],

2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats],

eisers,

advocaat mr. T. Binnema,

tegen

de naamloze vennootschap

SNS BANK N.V.,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

advocaat mr. H.P.A.J. Martius.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de brief van de rechtbank d.d. 18 oktober 2012 aan gedaagde inzake niet-tijdige

betaling van het griffierecht

- de brief van gedaagde van 23 oktober 2012 over de niet-tijdige betaling van het griffierecht.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De beoordeling

2.1. De rechtbank laat in het midden of de door gedaagde aangevoerde gronden voor toepassing van de hardheidsclausule (artikel 127a lid 3 Rv) slagen. Immers, ook indien dat niet het geval is, heeft gedaagde door na afloop van de betalingstermijn maar vóór het eindvonnis alsnog het verschuldigde griffierecht te betalen het verstek, dat ex artikel 139 Rv uit een dergelijke niet tijdige betaling voortvloeit, gezuiverd (artikel 128 lid 6 jo artikel 142 Rv). Aan de niet tijdige betaling van het griffierecht door gedaagde kunnen dan ook geen processuele gevolgen worden verbonden.

2.2. De zaak zal naar de rol worden verwezen voor conclusie van antwoord.

3. De beslissing

De rechtbank

verwijst de zaak naar de rol van 9 januari 2013 voor het nemen van conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2012.?