Belastingrecht
Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 oktober 2021
ECLI:NL:RBZWB:2021:5270 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 18 oktober 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2021-5270
Zaakgegevens
Op 18 oktober 2021 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 18 oktober 2021
- Datum publicatie
- 19 oktober 2021
- Zaaknummer
- BRE 19/3430
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2021:5270
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
locatie: Breda
zaaknummer BRE 19/3430
Hersteluitspraak van 18 oktober 2021 ter verbetering van de uitspraak van de rechtbank van 6 september 2021 in het geding tussen
[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] (België), belanghebbende,
gemachtigde [gemachtigde] .
en
de invorderingsambtenaar van de gemeente Breda, de invorderingsambtenaar.
1 Overwegingen
De gemachtigde van belanghebbende heeft naar aanleiding van de uitspraak van 6 september 2021 (hierna: de uitspraak) bij geschrift van 19 september 2021, door de rechtbank ontvangen op 15 oktober 2021, aangegeven dat het bedrag van de proceskostenvergoeding van € 1.068 in deze uitspraak niet correct is.
De rechtbank heeft in rechtsoverweging 2.13 van de uitspraak onder meer overwogen:
‘Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1.068 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 534 en een wegingsfactor 1).’
De rechtbank stelt vast dat de uitspraak inderdaad een misslag bevat. Deze misslag houdt in dat het bedrag van € 534 in rechtsoverweging 2.13 van de uitspraak niet in overeenstemming is met de daarvoor in het Besluit Proceskosten Bestuursrecht (het besluit) benoemde bedrag voor de onderhavige zaaksoort. Volgens het besluit bedraagt de kostenvergoeding per punt voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in dit geval € 748 in plaats van € 534. De proceskostenveroordeling had daarom in totaal € 1.496 moeten bedragen (zijnde 2 procespunten met een waarde per punt van € 748 en een wegingsfactor 1). In de beslissing had daarom als bedrag van de proceskostenveroordeling eveneens € 1.496 vermeld moeten worden. De rechtbank is van oordeel dat voor partijen, gelet op het bepaalde in het Besluit, duidelijk moet zijn geweest dat het totaalbedrag van de tegemoetkoming in de kosten van beroep € 1.496 moet zijn en dat onder het kopje “3. beslissing” had moeten worden vermeld:
“veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 1.496”
2 Beslissing
De rechtbank verbetert de misslag in de beslissing van de uitspraak op de wijze als onder 1.3 omschreven, en verstaat dat de uitspraak aldus verbeterd moet worden gelezen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van
drs. L. Mattijssen, griffier, op 18 oktober 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te tekenen.
rechter
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Voorts brengt deze uitspraak geen wijziging in de termijn voor hoger beroep tegen de oorspronkelijke uitspraak.