Belastingrecht
8:54; beroep niet-ontvankelijk wegens niet overleggen besluit.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 november 2022
ECLI:NL:RBZWB:2022:6889 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 18 november 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2022-6889
Zaakgegevens
Op 18 november 2022 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 18 november 2022
- Datum publicatie
- 18 november 2022
- Zaaknummer
- BRE-22_3636
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2022:6889
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
8:54; beroep niet-ontvankelijk wegens niet overleggen besluit.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 22/3636
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 november 2022 in de zaak van
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende
Procesverloop
Belanghebbende heeft beroep ingesteld betreffende aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen.
Overwegingen
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
Iemand die beroep instelt, moet bij zijn beroepschrift zo mogelijk een kopie van het bestreden besluit bijvoegen. Dit staat in artikel 6:5, tweede lid, van de Awb. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank - na een herstelmogelijkheid - het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
Belanghebbende heeft geen kopie van het bestreden besluit bijgevoegd bij het beroepschrift. De rechtbank heeft belanghebbende bij brief van 27 juli 2022 verzocht meer informatie te geven omtrent het beroepschrift.
Dit verzoek is herhaald bij aangetekende brief van 2 september 2022, met een laatste termijn van twee weken.
Deze enveloppe waarin de aangetekende brief is verzonden, is ongeopend op de griffie terugontvangen. Deze brief was verstuurd naar het door belanghebbende opgegeven adres. Uit de basisregistratie persoonsgegeven blijkt dat belanghebbende ingeschreven staat op dat adres. Daarop is de brief op 17 oktober 2022 nogmaals naar dat adres gestuurd, nu per gewone post en met een laatste termijn van twee weken.
Belanghebbende heeft binnen deze termijn geen kopie van het bestreden besluit toegestuurd of een toelichting op het beroep gegeven.
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 18 november 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.