Belastingrecht
8:54, beroep kennelijk niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 november 2022
ECLI:NL:RBZWB:2022:7038 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 25 november 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2022-7038
Zaakgegevens
Op 25 november 2022 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 november 2022
- Datum publicatie
- 24 november 2022
- Zaaknummer
- BRE-22-3732
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2022:7038
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
8:54, beroep kennelijk niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 22/3732
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 november 2022 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende,
(gemachtigde: mr. drs. R. de Nekker),
en
De heffingsambtenaar van de gemeente Breda, de heffingsambtenaar.
Procesverloop
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 17 juni 2022 beroep ingesteld. Het beroep ziet op de naheffingsaanslag parkeerbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer]
Overwegingen
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
Voor het indienen van een beroepschrift geldt op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Deze termijn begint op grond van artikel 26c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen op de dag na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar. Maar als de dagtekening een datum is vóór de datum waarop de uitspraak op bezwaar is verzonden, begint deze termijn op de dag na de dag van verzending. Een beroepschrift is op grond van artikel 6:9, eerste lid, van de Awb tijdig ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank op grond van artikel 6:11 van de Awb niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.
Vast staat dat de dagtekening van de uitspraak op bezwaar 17 juni 2022 is. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de verzending ervan later dan die datum heeft plaatsgevonden. De termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde dus op 29 juli 2022.
Belanghebbende heeft met dagtekening 30 juli 2022 het beroepschrift via email op 31 juli 2022 ingediend. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend.
Belanghebbende is gevraagd om aan te geven waarom het beroep na afloop van de beroepstermijn is ingediend. Belanghebbende heeft hierop als volgt gereageerd: ‘Kennelijk staat voor de rechtbank al vast dat het beroep te laat is ingediend, terwijl de (inhoudelijke behandeling nog moet beginnen. De rechtbank is dus vooringenomen. Ik wens uw rechtbank dan ook veel wijsheid toe en zal uw suggestieve vraag niet beantwoorden.’
Gelet op wat belanghebbende hiervoor heeft gesteld merkt de rechtbank het volgende op. Voor er aan een inhoudelijke behandeling kan worden toegekomen moet het beroep voldoen aan ontvankelijkheidseisen, waarvan er één is dat het beroepschrift tijdig ingediend moet worden. De beroepstermijn is een harde termijn waarvan niet kan worden afgeweken. En voordat de rechtbank definitief beoordeeld of het beroep te laat is ingediend en of er sprake is van omstandigheden die een termijnoverschijding verschoonbaar maken, wordt belanghebbende eerst in de gelegenheid gesteld zich daarover uit te laten.
Belanghebbende heeft geen redenen voor de termijnoverschrijding gegeven. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Voor zover belanghebbende opkomt tegen de tevens bijgevoegde brief van 23 juli 2022, is ook dan sprake van een kennelijk niet-ontvankelijk beroep. Immers is die brief niet aan te merken als een uitspraak op bezwaar en staat daar dus geen beroep tegen open.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 25 november 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.