Belastingrecht
betekeningskosten dwangbevel.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 januari 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:155 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 9 januari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2023-155
Zaakgegevens
Op 9 januari 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 9 januari 2023
- Datum publicatie
- 12 januari 2023
- Zaaknummer
- 21/771
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2023:155
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
betekeningskosten dwangbevel.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Roermond
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 21/771
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 9 januari 2023 in het geding tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] (Duitsland), belanghebbende,
en
de ontvanger van de belastingdienst, de ontvanger
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de uitspraak op bezwaar van de ontvanger van 12 januari 2021.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft het beroep op 11 mei 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en namens de ontvanger [ontvanger] .. Het geschil tussen partijen betrof de door de ontvanger aan belanghebbende in rekening gebrachte vervolgingskosten in verband met het betekenen van een dwangbevel tot betaling van de ambtshalve aan belanghebbende opgelegde aanslag erfbelasting (de betekeningskosten).
Naar aanleiding van de zitting is het onderzoek geschorst. Dit gelet op de omstandigheid dat de ontvanger aangaf dat belanghebbende een verzoek om ambtshalve vermindering van de betreffende aanslag erfbelasting kon doen en een vermindering op die grond zou leiden tot een dienovereenkomstige vermindering van de betekeningskosten.
De ontvanger heeft vervolgens de rechtbank bericht dat de ambtshalve opgelegde aanslag erfbelasting wordt verminderd naar nihil.
De rechtbank heeft hierop belanghebbende verzocht aan te geven of zij haar beroep nog wil handhaven onder toezending van een intrekkingsformulier en een formulier waarmee belanghebbende kan verzoeken om vergoeding van proceskosten (het formulier proceskosten) bij intrekking.
Belanghebbende heeft als reactie het formulier proceskosten ingevuld geretourneerd aan de rechtbank. De ontvanger heeft gereageerd dat hij akkoord is met het vergoeden van de gestelde kosten in het formulier proceskosten indien belanghebbende een intrekkingsverklaring overlegt. Het is de rechtbank niet gelukt nader in contact te komen met belanghebbende om vast te stellen of het inzenden van het formulier proceskosten ook inhoudt dat zij haar beroep wenst in te trekken.
Om die reden ziet de rechtbank thans aanleiding uitspraak te doen. Gelet op de omstandigheid dat de aanslag erfbelasting die verband houdt met de betekeningskosten is verminderd tot nihil, zijn die kosten ten onrechte in rekening gebracht gelet op de in dat kader ter zitting gedane toezegging door de ontvanger.
Conclusie en gevolgen
Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar van 12 januari 2021. Tevens vermindert de rechtbank de betekeningskosten naar nihil.
Omdat het beroep gegrond is moet de ontvanger het griffierecht aan belanghebbende vergoeden en krijgt belanghebbende ook een vergoeding van haar proceskosten. Dit betreft door belanghebbende gemaakte reiskosten van € 150.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 12 januari 2021;
- vermindert de betekeningskosten naar nihil;
- bepaalt dat de ontvanger het griffierecht van € 49 aan belanghebbende moet vergoeden;
- veroordeelt de ontvanger tot betaling van € 150 aan proceskosten aan belanghebbende.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van mr. S.A. van Beijsterveldt, griffier, op 9 januari 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.
Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.