Belastingrecht

Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26 mei 2023

Zaakgegevens

Op 26 mei 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
26 mei 2023
Datum publicatie
26 mei 2023
Zaaknummer
BRE-21-3899
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2023:3650
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht

zaaknummer: BRE 21/3899


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 mei 2023 in de zaak tussen


[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,

en

De heffingsambtenaar van de Gemeente Terneuzen (SaBeWa), de heffingsambtenaar.

Inleiding

Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend betreffende de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 10 augustus 2021 tegen de bij beschikking krachtens de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde van het pand [adres 1] te ( [adres 1] ) [plaats] met aanslagnummer [aanslagnummer] alsmede de gelijktijdig opgelegde aanslagen onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing.

De heffingsambtenaar heeft bij brief van 17 november 2022 medegedeeld dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard wegens termijnoverschrijding. De heffingsambtenaar acht gelet op de feitelijke situatie de termijnoverschrijding verschoonbaar en concludeert tot gegrondverklaring van het beroep en verzoekt om de zaak terug te verwijzen voor een inhoudelijke behandeling.

Het beroep is kennelijk gegrond. De rechtbank zal de zaak terugwijzen.

Griffierecht

Nu het beroep kennelijk gegrond is, dient de heffingsambtenaar op grond van artikel 8:74, eerste lid, van de Awb, aan belanghebbende het door hem betaalde griffierecht te vergoeden.

Proceskosten

De heffingsambtenaar is weliswaar tegemoet gekomen aan het beroep van belanghebbende, maar toch bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroepschrift is niet ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent en ook verder is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen zoals bedoeld in artikel 1 van het Bpb.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- draagt de heffingsambtenaar op nieuwe uitspraken op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;

- bepaalt dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaald griffierecht van € 49 aan hem vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 26 mei 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier, De rechter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.