Belastingrecht
tot en met 22/5126, 8:54, 8:75a, verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15 december 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:8906 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 15 december 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2023-8906
Zaakgegevens
Op 15 december 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 15 december 2023
- Datum publicatie
- 19 december 2023
- Zaaknummer
- BRE 22/5123
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2023:8906
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
tot en met 22/5126, 8:54, 8:75a, verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 22/5123 tot en met 22/5126
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 december 2023 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
De inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van de inspecteur in de proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het besluit van de inspecteur van 28 september 2022. Zij heeft het beroep inzake de aanslagen inkomstenbelasting en premievolksverzekeringen over de jaren 2016 tot en met 2019 met aanslagnummers [aanslagnummer 1] H.66.01, [aanslagnummer 2] H.76.01, [aanslagnummer 3] H.86.01. en [aanslagnummer 4] H.96.01. en de bij beschikking opgelegde boetes ingetrokken.
De rechtbank heeft de inspecteur in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De inspecteur heeft de rechtbank meegedeeld dat er geen aanleiding is voor (integrale) proceskostenvergoeding omdat er geen sprake is van een door derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Ook zijn er geen bijzondere omstandigheden die een integrale proceskostenvergoeding rechtvaardigen. Er is volgens en door de inspecteur geen sprake geweest van een vergaande mate van onzorgvuldigheid of handelen tegen beter weten in.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
Is de inspecteur aan belanghebbende tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of de inspecteur geheel of gedeeltelijk aan belanghebbende is tegemoetgekomen.
Op 2 november 2022 heeft belanghebbende beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten waarin de bezwaren van belanghebbende niet-ontvankelijk zijn verklaard. De inspecteur heeft op 30 januari 2023 medegedeeld dat de boetebeschikkingen woerden vernietigd. Hiermee is de inspecteur tegemoetgekomen aan het beroep van belanghebbende.
Moet de inspecteur de proceskosten van belanghebbende vergoeden?
5. De inspecteur is weliswaar tegemoet gekomen aan het beroep van belanghebbende, maar toch bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het bezwaar- en beroepschrift is niet ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent en ook verder is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Belanghebbende stelt dat zij kosten heeft gemaakt met het inwinnen van advies bij belastingadviseurs en dat zij daarna zelf bezwaar en beroep heeft ingesteld. Niet aannemelijk is dat dit kosten zijn die voor vergoeding in aanmerking komen. . Uit de overgelegde factuur is niet op te maken of er überhaupt sprake is van juridische (fiscale) advisering ten behoeve van de procedure. De factuur vermeldt enkel dat er fiscale werkzaamheden zijn verricht in een bepaalde periode.
6. De rechtbank wijst het verzoek om (werkelijke) proceskostenvergoeding als kennelijk ongegrond af.
Krijgt belanghebbende een vergoeding van het griffierecht?
7. De rechtbank wijst erop dat de inspecteur verplicht is het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden.. Belanghebbende moet zich hiervoor dan ook tot de inspecteur wenden.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 15 december 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.