Belastingrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Eerste aanleg - enkelvoudig · Belastingrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 juli 2024
ECLI:NL:RBZWB:2024:5120 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 25 juli 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2024-5120
Zaakgegevens
Op 25 juli 2024 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 25 juli 2024
- Datum publicatie
- 25 juli 2024
- Zaaknummer
- 23/3685
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5120
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
compromis niet-woning
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/3685
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 juli 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Hilvarenbeek .
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 28 juni 2023.
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking de waarde van de onroerende zaak [adres] te [plaats] (de woning) op 1 januari 2022 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 533.000.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep op 18 juli 2024 op zitting behandeld. Hieraan heeft belanghebbende telefonisch deelgenomen. Namens de heffingsambtenaar zijn ter zitting verschenen [naam] en [taxateur] , taxateur.
Overwegingen
2. Partijen hebben bij wijze van compromis overeenstemming bereikt en wel in die zin dat de waarde van de woning per 1 januari 2022 voor het belastingjaar 2023 dient te worden vastgesteld op € 476.000. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen en het beroep gegrond verklaren.
Omdat het beroep gegrond is, komt belanghebbende in aanmerking voor vergoeding van het griffierecht. De rechtbank ziet geen aanleiding om een proceskostenvergoeding toe te kennen, aangezien belanghebbende geen kosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.
Beslissing
De rechtbank:
-
verklaart het beroep gegrond;
-
vernietigt de uitspraak op bezwaar;
-
stelt de waarde van de woning per 1 januari 2022 vast op een bedrag van € 476.000;
-
bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 50 aan belanghebbende moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Garb, griffier, op 25 juli 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.