Belastingrecht

WOZ, Compromis ter zitting

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 juli 2024

Zaakgegevens

Op 23 juli 2024 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
23 juli 2024
Datum publicatie
1 augustus 2024
Zaaknummer
AWB-23_11579
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2024:5328
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

WOZ, Compromis ter zitting

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Middelburg

Belastingrecht

zaaknummer: BRE 23/11579


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2024 in de zaak tussen


[belanghebbende], uit [plaats] , belanghebbende,

(gemachtigde: [naam 1] , verbonden aan [organisatie] ),

en

de heffingsambtenaar van SaBeWa Zeeland (gemeente Goes).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 26 oktober 2023.

1.1.

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking van 25 februari 2023 de waarde van de onroerende zaak [de woning] te [plaats] (de woning) op 1 januari 2022 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 411.000. Tegelijk met deze waardevaststelling is aan belanghebbende onder andere de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Goes voor het jaar 2023 opgelegd (de aanslag OZB).

1.2.

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.

1.3.

De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.4.

De rechtbank heeft het beroep op 9 juli 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam 2] , verbonden aan [organisatie] . Namens de heffingsambtenaar is verschenen mr. B. de Smit.

Beoordeling door de rechtbank

2. Partijen hebben ter zitting bij wijze van compromis overeenstemming bereikt in de zin dat de waarde van het object voor het belastingjaar 2023, waardepeildatum 1 januari 2022, wordt vastgesteld op € 400.000. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen en het beroep gegrond verklaren.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is gegrond. De bij beschikking vastgestelde waarde wordt verlaagd naar € 400.000 en de aanslag OZB wordt dienovereenkomstig verminderd.

3.1.

Omdat het beroep gegrond is moet de heffingsambtenaar het griffierecht aan belanghebbende vergoeden. Deze vergoeding moet rechtstreeks aan belanghebbende zelf worden betaald.

3.2.

Belanghebbende krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. De heffingsambtenaar moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt belanghebbende een vast bedrag per proceshandeling. Belanghebbende heeft recht op 1 punt voor het bezwaarschrift en 1 punt voor het bijwonen van de hoorzitting, met waarde per punt van € 310, 1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde per punt van € 875, met een wegingsfactor 1. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 2.370. De rechtbank vindt in de conclusie van A-G Koopman geen aanleiding een ander tarief toe te passen. Deze vergoeding moet rechtstreeks aan belanghebbende zelf worden betaald.

Beslissing

De rechtbank:

  • verklaart het beroep gegrond;

  • vernietigt de uitspraak op bezwaar;

  • vermindert de WOZ-waarde van het object tot een bedrag van € 400.000;

  • vermindert de aanslag OZB dienovereenkomstig;

  • bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 50 aan belanghebbende moet vergoeden;

  • veroordeelt de heffingsambtenaar tot rechtstreekse betaling aan belanghebbende zelf van € 2.370 aan proceskosten.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.M. Schotanus, rechter, in aanwezigheid van W.M.C. Oomen, griffier, op 22 juli 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.

Artikel 30a, vierde en vijfde lid van de Wet WOZ Artikel 30a, vierde en vijfde lid van de Wet WOZ