Belastingrecht
8:54, beroep ongegrond, bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 september 2024
ECLI:NL:RBZWB:2024:6379 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 18 september 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2024-6379
Zaakgegevens
Op 18 september 2024 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 18 september 2024
- Datum publicatie
- 13 september 2024
- Zaaknummer
- BRE 23/3460
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2024:6379
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
8:54, beroep ongegrond, bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/3460
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 september 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,
en
de ontvanger van de belastingdienst, de ontvanger.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de ontvanger van 15 mei 2023. Het beroep ziet op een mededeling van verlaging van de kosten van een aanmaning en een dwangbevel inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over het jaar 2012 met aanslagnummer [nummer] H.26.01 en de vergoeding van rente in verband daarmee.
Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
Mededeling verlaging kosten aanmaning en dwangbevel
2. De ontvanger heeft op 22 december 2022 een brief aan belanghebbende toegezonden met de mededeling dat in het verleden de in rekening gebrachte aanmanings- en dwangbevelkosten ten onrechte niet (automatisch) verlaagd zijn, nadat de aanslag IB/PVV 2012 was verminderd. Dit is alsnog gecorrigeerd door de ontvanger. De kosten van de aanmaning en het dwangbevel zijn verminderd naar nihil.
3. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen deze mededeling. De ontvanger heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
4. Belanghebbende voert in beroep aan dat hij in zijn belangen is geschaad door de mededeling van de ontvanger.
5. In het belastingrecht geldt een gesloten stelsel van rechtsmiddelen. Dat betekent dat alleen bezwaar kan worden gemaakt en beroep kan worden ingesteld tegen beslissingen die in de belastingwetgeving zijn aangemerkt als voor bezwaar vatbaar. De mededeling van de ambtshalve verlaging van in rekening gebrachte kosten is niet als zodanig aan te merken.
6. De ontvanger heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is kennelijk ongegrond.
7. Belanghebbende kan het geschil met de ontvanger voorleggen aan de burgerlijke rechter op de in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalde wijze.
Wettelijke rente
8. In de brief over de verlaging van de kosten van de aanmaning en dwangbevel heeft de ontvanger medegedeeld dat aan belanghebbende € 14 aan wettelijke rente wordt vergoed vanwege de late terugbetaling van de kosten. Het bezwaarschrift van belanghebbende van 1 februari 2023 zou tevens gezien kunnen worden als een bezwaarschrift tegen de berekening van de wettelijke rente. De rechtbank draagt de ontvanger daarom op, voor zover dat nog niet is gedaan, het bezwaarschrift van belanghebbende in behandeling te nemen als een bezwaar tegen de berekening van de wettelijke rente. Nu deze brief reeds in bezit is van de ontvanger zal de rechtbank hem deze niet opnieuw doen toekomen, maar volstaan met deze mededeling.
Tot slot
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- draagt de ontvanger op het bezwaarschrift van 1 februari 2023 in behandeling te nemen als bezwaarschrift tegen de berekening van de wettelijke rente.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 18 september 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.