Belastingrecht
Niet-ontvankelijk, geen belang.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 april 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:2161 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 14 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2025-2161
Zaakgegevens
Op 14 april 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 14 april 2025
- Datum publicatie
- 14 april 2025
- Zaaknummer
- 23/11302
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2025:2161
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Niet-ontvankelijk, geen belang.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Middelburg
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/11302
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 april 2025 in de zaak tussen
[belanghebbende] uit [plaats], belanghebbende,
en
de heffingsambtenaar van SaBeWa, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 19 oktober 2023.
De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak [adres] te [plaats] (de woning) op 1 januari 2022 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 405.000 (de beschikking). Met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Tholen voor het jaar 2023 opgelegd (de aanslag).
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
De heffingsambtenaar heeft op het beroepschrift gereageerd met een verweerschrift.
Belanghebbende heeft op 24 maart 2025 de volgende e-mail (de e-mail) naar de rechtbank gestuurd:
“Geachte heer/mevrouw,
Door middel van deze brief/e-mail bericht ik u dat ik in de zaak met bovengenoemd kenmerk (BRE23/11302 WOZBO) intrek. De mondelinge behandeling gepland op 25 maart 2025 [de rechtbank begrijpt: 26 maart 2025] te Middelburg hoeft dan ook geen doorgang te vinden. Erop vertrouwend u voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend,
[belanghebbende]”.
De griffier heeft belanghebbende erop gewezen dat de rechtbank geen e-mails in behandeling neemt en heeft belanghebbende een intrekkingsformulier toegezonden met het verzoek om het intrekkingsformulier in te vullen en binnen twee weken per post of digitaal aan de rechtbank te doen toekomen. De rechtbank heeft niet binnen twee weken het ingevulde intrekkingsformulier ontvangen.
De rechtbank heeft het beroep op 26 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft namens de heffingsambtenaar [naam] deelgenomen. Belanghebbende is niet verschenen. De griffier heeft belanghebbende op 12 december 2024 per aangetekende brief uitgenodigd om op de zitting te verschijnen onder vermelding van datum, tijd en plaats. Uit informatie van PostNL is gebleken dat belanghebbende de uitnodiging heeft ontvangen. De rechtbank stelt daarmee vast dat belanghebbende op de juiste wijze voor de zitting is uitgenodigd.
Beoordeling door de rechtbank
2. Een beroep moet niet-ontvankelijk verklaard worden als de indiener van dat rechtsmiddel geen belang daarbij heeft. Uit de e-mail van belanghebbende maakt de rechtbank op dat er geen geschil meer bestaat. Daarmee is het belang aan deze procedure komen te ontvallen. De rechtbank zal daarom het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
Conclusie en gevolgen
3. Het beroep is niet-ontvankelijk. Belanghebbende krijgt het griffierecht niet terug.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.P.A. Boersma, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. de Vos, griffier, op 14 april 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.