Belastingrecht
8:54, beroep niet-ontvankelijk wegens het niet overleggen van een machtiging
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 april 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:2332 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 18 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2025-2332
Zaakgegevens
Op 18 april 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 18 april 2025
- Datum publicatie
- 18 april 2025
- Zaaknummer
- BRE 24/2856
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2025:2332
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
8:54, beroep niet-ontvankelijk wegens het niet overleggen van een machtiging
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/2856
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 april 2025 in de zaak tussen
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende
(gesteld gemachtigde: [gemachtigde]),
en
de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur over de naheffingsaanslag omzetbelasting over 2018 tot en met 2020 met aanslagnummer [BSN].F.01.0501.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat gesteld gemachtigde geen machtiging heeft ingediend en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
Is een machtiging overgelegd?
4. Het beroepschrift is ingediend door gesteld gemachtigde. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van belanghebbende. Hij heeft bij het beroepschrift echter geen machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om dit beroep in te stellen namens belanghebbende. De rechtbank heeft gesteld gemachtigde in haar brief van 24 april 2024 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 11 juni 2024 gesteld gemachtigde nogmaals vier weken gegeven om een machtiging in te dienen. Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is deze brief op 12 juni 2024 om 15:34 uur bezorgd op het [adres] in [plaats] en is voor ontvangst getekend. Dit is het adres van belanghebbende, omdat het adres van gesteld gemachtigde niet uit de stukken blijkt. De nota griffierecht is ook gericht aan gesteld gemachtigde op het adres van belanghebbende en betaald. De rechtbank heeft daarom geen reden om aan te nemen dat het adres niet juist zou zijn. Gesteld gemachtigde heeft binnen de gegeven termijn geen machtiging ingediend.
Is het niet tijdig indienen van een machtiging verontschuldigbaar?
Gesteld gemachtigde heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat gesteld gemachtigde niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 18 april 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.