Belastingrecht

Leges, compromis ter zitting.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 mei 2025

Zaakgegevens

Op 8 mei 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
8 mei 2025
Datum publicatie
30 april 2025
Zaaknummer
24/1811
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:2624
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Leges, compromis ter zitting.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummer: BRE 24/1811


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 mei 2025 in de zaak tussen


[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,

(gemachtigde: mr. [persoon 1] verbonden aan [bedrijf] ),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Alphen-Chaam , heffingsambtenaar.

1 Inleiding

1.1.

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 20 december 2023.

1.2.

De heffingsambtenaar heeft op 11 april 2023 aan belanghebbende een aanslag leges met factuurnummer [nummer] (de aanslag) opgelegd met een te betalen bedrag van € 25.752,40 in verband met het in behandeling nemen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

1.3.

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.

1.4.

De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.5.

De rechtbank heeft het beroep op 24 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen belanghebbende [belanghebbende] bijgestaan door zijn gemachtigde mr. [persoon 1] , werkzaam bij [bedrijf] en namens de heffingsambtenaar is verschenen [persoon 2] .

2 Overwegingen

2.1.

Partijen hebben ter zitting bij wijze van compromis overeenstemming bereikt. Afgesproken is dat de leges worden vastgesteld op € 16.349. Tevens hebben partijen ter zitting overeenstemming bereikt over de proceskosten, te weten dat belanghebbende op basis van het Besluit proceskosten kosten bestuursrecht 1 punt vergoed krijgt voor het beroepschrift en 1 punt vergoed krijgt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde van € 907, elk punt met een wegingsfactor 1. Deze kosten zijn aldus vastgesteld op € 1.814.

2.2.

Gelet op het compromis is het beroep gegrond. De heffingsambtenaar dient daarom het door belanghebbende betaalde griffierecht te vergoeden.

3 Beslissing

De rechtbank:

  • verklaart het beroep gegrond;

  • vernietigt de uitspraak op bezwaar;

  • vermindert de aanslag leges naar een bedrag van € 16.349;

  • bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51 aan belanghebbende moet vergoeden;

  • veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 1.814 aan proceskosten aan belanghebbende.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Dondorp-Loopstra, rechter, in aanwezigheid van M.M.I. van Dijk-Saris, griffier, op 8 mei 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.