Belastingrecht

WOZ niet-woning, compromis ter zitting.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 31 juli 2025

Zaakgegevens

Op 31 juli 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
31 juli 2025
Datum publicatie
4 augustus 2025
Zaaknummer
BRE 24/1994
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:5072
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

WOZ niet-woning, compromis ter zitting.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummer: BRE 24/1994


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 juli 2025 in de zaak tussen


[belanghebbende] BV gevestigd te [plaats] , belanghebbende,

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Geertruidenberg, de heffingsambtenaar.

1 Inleiding

1.1.

In deze uitspraak behandelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 21 december 2023.

1.2.

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking van 25 februari 2023 de waarde van de onroerende zaak ter plaatse bekend als [adres] (hierna: het object) op 1 januari 2022 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 2.650.000. Tegelijk met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen-gebruikersheffing van de gemeente Geertruidenberg voor het jaar 2023 opgelegd (de aanslag).

1.3.

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende gegrond verklaard, de waarde van het object verlaagd naar € 2.296.000 en de aanslag dienovereenkomstig verlaagd.

1.4.

De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.5.

De rechtbank heeft het beroep op 30 januari 2025 op zitting behandeld, gelijktijdig maar niet gevoegd, met de zaak met nummer 24/1995. Aan het slot van deze zitting is de behandeling aangehouden en hebben partijen een bewijsopdracht gekregen. Partijen hebben daaraan gevolg gegeven.

1.6.

De rechtbank heeft de behandeling van het beroep ter zitting van 30 juli 2025 hervat. Hieraan hebben deelgenomen als gemachtigde van belanghebbende [gemachtigde] , directeur en namens de heffingsambtenaar [persoon] .

2 Beoordeling door de rechtbank

2.1.

Belanghebbende was op de waardepeildatum gebruiker van het object. De betreden beschikking is een zogeheten gebruikers-beschikking. Tegelijk met deze zaak is

het beroep van de eigenaar van het object behandeld. In die zaak is heden ook uitspraak gedaan.

2.2.

Partijen hebben ter zitting bij wijze van compromis overeenstemming bereikt. Afgesproken is dat de waarde van het object [adres] voor het jaar 2023 wordt vastgesteld op € 1.800.000. Deze waarde heeft betrekking op het afgebakende deel van de

voormalige school, exclusief het gedeelte waarin het kinderdagverblijf was gevestigd. Zoals ter zitting besproken wordt in deze uitspraak het ter zitting bereikte compromis bevestigd. De aanslag zal de WOZ-waarde volgen en dus ook worden verlaagd.

3 Conclusie en gevolgen

3.1.

Het beroep is gegrond. Dit betekent dat de beschikking verder wordt verlaagd. De aanslag volgt de beschikking en moet dus ook verder worden verlaagd. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar.

3.2.

Omdat het beroep gegrond is moet de heffingsambtenaar het griffierecht aan belanghebbende vergoeden. Belanghebbende heeft geen proceskosten gesteld.

4 Beslissing

De rechtbank:

  • verklaart het beroep gegrond;

  • vernietigt de uitspraak op bezwaar;

  • vermindert de WOZ-waarde van het object tot een bedrag van € 1.800.000;

  • vermindert de aanslag dienovereenkomstig;

  • bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 371 aan belanghebbende moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Dondorp-Loopstra, rechter, in aanwezigheid van M.M.I. van Dijk-Saris, griffier, op 31 juli 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.

Zaaknummer 24/1995 Tussen partijen is niet langer in geschil dat het kinderdagverblijf een andere gebruiker had en daarom apart is afgebakend voor toepassing van de Wet WOZ.