Belastingrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Eerste aanleg - enkelvoudig · Belastingrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 december 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:9173 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 22 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2025-9173
Zaakgegevens
Op 22 december 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 22 december 2025
- Datum publicatie
- 22 december 2025
- Zaaknummer
- BRE 24/4617
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2025:9173
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
8:54; onbevoegd
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/4617
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2025 in de zaak tussen
V.O.F. [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de ontvanger van de Belastingdienst, de ontvanger.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de ontvanger van 27 maart 2024. Het beroep ziet op een executoriaal beslag roerende zaken met [kenmerk] .
Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. Met dagtekening van 27 maart 2024 heeft de ontvanger het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard. Belanghebbende heeft op 8 mei 2024 beroep ingediend.
3. De belastingrechter is als uitgangspunt niet bevoegd te oordelen over beslissingen van de ontvanger op grond van de Invorderingswet 1990. Voor bepaalde besluiten is in de regelgeving een uitzondering gemaakt. De beslissing van een executoriaal beslag op roerende zaken valt niet onder een van de uitzonderingen. Een geschil over een executoriaal beslag op roerende zaken kan worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter. Hetzelfde geldt voor zover het beroep mede ziet op de uitspraak op het bezwaar tegen het hernieuwd bevel van betaling, de kosten van de processen-verbaal van de beslaglegging en het hernieuwd bevel van betaling.
4. De rechtbank verklaart zich onbevoegd. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht terug.
Beslissing
De rechtbank:
-
verklaart zich onbevoegd;
-
draagt de griffier op het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 371,00 aan hem te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 22 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.