Belastingrecht
8:54; Beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 januari 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:207 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 20 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2026-207
Zaakgegevens
Op 20 januari 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 20 januari 2026
- Datum publicatie
- 20 januari 2026
- Zaaknummer
- BRE 25/2589
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:207
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
8:54; Beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/2589
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 januari 2026 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende
en
de ontvanger van de Belastingdienst, de ontvanger.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de ontvanger van 15 mei 2025. Het beroep ziet op de in rekening gebrachte invorderingsrente op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2022 met aanslagnummer [aanslagnummer] H.26.01.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat belanghebbende geen procesbelang heeft. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
In de uitspraak op bezwaar wordt het bezwaar van belanghebbende gegrond verklaard en de in rekening gebrachte invorderingsrente volledig verminderd.
De rechtbank stelt vast dat de ontvanger in de uitspraak op bezwaar de in rekening gebrachte invorderingsrente heeft verlaagd tot € 0,-. Dit betekent dat belanghebbende geen te betalen bedrag heeft en dat deze beroepszaak niet meer tot een voor belanghebbende gunstiger resultaat kan leiden. Dit betekent dat er geen procesbelang meer is.
Conclusie en gevolgen
3. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 20 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.