Belastingrecht
8:54; Onbevoegd. Belanghebbende komt niet op tegen een belastingaanslag of een voor bezwaar vatbare beschikking.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 januari 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:312 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 23 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2026-312
Zaakgegevens
Op 23 januari 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 23 januari 2026
- Datum publicatie
- 23 januari 2026
- Zaaknummer
- BRE 25/2312 en 25/2313
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:312
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
8:54; Onbevoegd. Belanghebbende komt niet op tegen een belastingaanslag of een voor bezwaar vatbare beschikking.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 25/2312 en 25/2313
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2026 in de zaak tussen
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Breda, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van belanghebbende ontvangen op 7 mei 2025.
De rechtbank verklaart zich kennelijk onbevoegd. Daarom doet de rechtbank
uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat
mogelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Beoordeling door de rechtbank
2. De heffingsambtenaar heeft op 17 april 2025 laten weten de in rekening gebrachte aanmaningskosten bij de naheffingsaanslagen parkeerbelasting met aanslagnummers [aanslagnummer 1] en [aanslagnummer 2] te laten vervallen.
Belanghebbende geeft aan dat het beroep niet is gericht tegen een opgelegd bedrag of een daaraan onderliggende reden, maar door persoonlijk zwaarwegende redenen aan wie feitelijk is betaald en betaald kan worden.
De rechtbank komt tot het oordeel dat zij niet bevoegd is om de beroepen te behandelen. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
In het belastingrecht geldt een gesloten stelsel van rechtsbescherming. Dit stelsel houdt in dat alleen bezwaar en beroep mogelijk is indien – voor zover hier van belang – sprake is van een voor bezwaar vatbare beschikking. Een beschikking is voor bezwaar vatbaar als deze beschikking in een belastingwet als zodanig wordt aangemerkt. Dit gesloten stelsel van rechtsbescherming kan meebrengen dat geen bezwaar bij de heffingsambtenaar en beroep bij de belastingrechter mogelijk is; wel kan een geschil aan de burgerlijke rechter worden voorgelegd.
Belanghebbende komt niet op tegen een belastingaanslag of een voor bezwaar vatbare beschikking. De gronden van belanghebbende zien op het betalen van de naheffingsaanslag aan de heffingsambtenaar en niet aan Invoned. Over een geschil met betrekking tot de betaling van een aanslag staat geen beroep open bij de belastingrechter.
De belastingrechter is dus niet bevoegd om kennis te nemen van de beroepen.
Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht terug.
Beslissing
De rechtbank:
-
verklaart zich onbevoegd;
-
draagt de griffier op het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 53,- aan hem te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 23 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.