Belastingrecht
8:54; Beroep niet-ontvankelijk omdat het beroep is ingesteld door een ander dan degene die bezwaar heeft gemaakt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26 januari 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:322 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 26 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2026-322
Zaakgegevens
Op 26 januari 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 26 januari 2026
- Datum publicatie
- 23 januari 2026
- Zaaknummer
- BRE 25/392
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:322
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
8:54; Beroep niet-ontvankelijk omdat het beroep is ingesteld door een ander dan degene die bezwaar heeft gemaakt.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/392
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 januari 2026 in de zaak tussen
[eiser], uit [plaats], eiser
(gemachtigde: [gemachtigde]),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Oisterwijk, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 12 december 2024. Het beroep ziet op de WOZ-beschikking 2024 met [aanslagnummer] voor het object [adres] in [plaats] (de WOZ-beschikking).
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank is van oordeel dat het beroep tegen de uitspraak op bezwaar is ingesteld door eiser. Eiser is echter niet gerechtigd om beroep in te stellen tegen die beslissing. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.
Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt, en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Feiten
3. De heffingsambtenaar heeft bij brief van 12 december 2024 uitspraak op bezwaar gedaan ten aanzien van de WOZ-beschikking. De uitspraak op bezwaar is geadresseerd aan een gemachtigde, en ziet – blijkens de tekst van de uitspraak – op een bezwaar van
[naam] (de uitspraak op bezwaar).
Vervolgens heeft gemachtigde bij brief van 21 januari 2025 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar namens eiser.
De griffier heeft op 23 januari 2025 in het digitale dossier van eiser een brief geplaatst. In deze brief wordt gevraagd om duidelijkheid over wie in deze zaak belanghebbende is en zo nodig (aanvullende) stukken te overleggen. Op 10 maart 2025 is dit verzoek herhaald. Van de plaatsing van deze brief is op dezelfde datum een notificatie aan gemachtigde verzonden naar het door hem voor dit doel opgegeven emailadres. De rechtbank neemt daarom aan dat gemachtigde de brief heeft ontvangen. Gemachtigde heeft niet gereageerd.
Motivering
4. Op grond van de feiten in deze zaak gaat de rechtbank allereerst in op de vraag door wie het beroep tegen de uitspraak op bezwaar is ingesteld.
De rechtbank stelt voorop dat uit de uitspraak op bezwaar volgt dat uitspraak is gedaan naar aanleiding van een bezwaar van [naam] tegen de WOZ-beschikking.
[naam] is zodoende als belanghebbende bevoegd om beroep in te stellen tegen de uitspraak op bezwaar.
De rechtbank is van oordeel dat uit het beroepschrift volgt dat het beroepschrift door gemachtigde is ingediend namens eiser.
Omdat het beroep is ingesteld door een ander dan degene die bezwaar heeft gemaakt, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 26 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.