Belastingrecht
NTB besluiten kwijtschelding bestuurlijke schulden. Wet hersteloperatie toeslagen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 1 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:5839 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 1 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2026-5839
Zaakgegevens
Op 1 juli 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 1 juli 2026
- Datum publicatie
- 1 juli 2026
- Zaaknummer
- BRE 25/6412, 25/6584, 25/6586 en 25/6587
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:5839
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
NTB besluiten kwijtschelding bestuurlijke schulden. Wet hersteloperatie toeslagen.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 25/6412, 25/6584, 25/6586 en 25/6587
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 1 juli 2026 in de zaken tussen
[belanghebbende] , uit [plaats], belanghebbende,
en
de ontvanger van de Belastingdienst (de ontvanger).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende vanwege het niet tijdig nemen van dwangsombeschikkingen samenhangend met het niet tijdig nemen van besluiten over de kwijtschelding van bestuursrechtelijke schulden op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen.
De rechtbank heeft de beroepen op 20 mei 2026 op zitting behandeld, gelijktijdig met de beroepen van belanghebbende met zaaknummers 25/2870, 25/2872 t/m 25/2876, 25/2878, 25/2879, 25/3341, 25/3343 t/m 25/3349, 24/7667, 24/6610 en 25/704. Hieraan hebben deelgenomen:
-
belanghebbende;
-
namens de inspecteur: mr. drs. [inspecteur 1], mr. [inspecteur 2],
mr. [inspecteur 3], [inspecteur 4] en [inspecteur 5];
- namens de ontvanger: drs. [naam 1], [naam 2], mr. [naam 3] en [naam 4].
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt of de ontvanger niet tijdig dwangsombeschikkingen heeft gegeven. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.
De rechtbank zal de beroepen niet-ontvankelijk verklaren. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Motivering
3. De rechtbank overweegt dat belanghebbende op 14 november 2023 al beroepschriften bij de rechtbank heeft ingediend betreffende het niet tijdig nemen van de in 1 bedoelde kwijtscheldingsbeschikkingen (deze zaken waren bij de rechtbank geregistreerd onder zaaknummers 23/11687 en 24/3664 tot en met 24/3688). Vervolgens heeft de ontvanger bedoelde beschikkingen genomen op 1 december 2023.
Belanghebbende en de ontvanger hebben daarna overeenstemming bereikt in die zin dat belanghebbende voor de beroepschriften van 14 november 2023 tweemaal een dwangsom uitgekeerd krijgt van € 1.442 (in totaal dus € 2.884). Vervolgens heeft belanghebbende de beroepen van 14 november 2023 ingetrokken.
Naar het oordeel van de rechtbank kan belanghebbende niet opnieuw in beroep komen tegen het niet tijdig nemen van dwangsombeschikkingen nadat hij al eerder op dezelfde gronden in beroep is gekomen tegen het niet tijdig nemen van die beschikkingen. Er kan niet twee keer beroep worden ingesteld vanwege hetzelfde feitencomplex. Bovendien heeft belanghebbende ook geen belang meer bij de beoordeling van de beroepen tegen het niet tijdig beslissen op zijn verzoek om een dwangsom, aangezien hij met het compromis al de dwangsommen heeft gekregen die hij in de ingestelde beroepen vraagt. De rechtbank zal de onderhavige beroepen dan ook niet-ontvankelijk verklaren.
Belanghebbende heeft ter zitting en in het nader stuk van 7 mei 2026 verklaard dat zijn beroepen ook zien op het niet tijdig nemen van dwangsombeschikkingen vanwege het niet tijdig doen van uitspraken op de bezwaren tegen de kwijtscheldingsbeschikkingen. De rechtbank overweegt dat belanghebbende op 21 juni 2024 al beroep heeft ingesteld wegens het niet tijdig nemen van uitspraken op bezwaar en daarin ook heeft verzocht om een dwangsom toe te kennen. Zoals hiervoor is overwogen kan niet tweemaal beroep worden ingesteld vanwege hetzelfde feitencomplex. Voor zover de beroepen zouden zien op het niet tijdig nemen van uitspraken op bezwaar, zijn ook deze daarom niet-ontvankelijk. Overigens heeft belanghebbende op 8 augustus 2024 vier van de vijf bezwaren ingetrokken en hoefde niet meer te worden beslist op zijn bezwaren. In de uitspraak van 13 augustus 2024 op het resterende bezwaar tegen de beschikking afwijzing kwijtschelding belastingschuld is de maximale dwangsom van € 1.442 toegekend.
Conclusie en gevolgen
4. De beroepen zijn niet-ontvankelijk. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van mr. R.M.P. Dees, griffier, op 1 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
|
griffier |
rechter |
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.