Belastingrecht

WOZ, aankoop monument, geschil over woning in verbouwing, heffingsambtenaar concludeert tot onjuiste…

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 juli 2026

Zaakgegevens

Op 22 juli 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
22 juli 2026
Datum publicatie
29 juli 2026
Zaaknummer
BRE 25/3418
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:6976
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

WOZ, aankoop monument, geschil over woning in verbouwing, heffingsambtenaar concludeert tot onjuiste objectafbakening, beschikking gedurende procedure vernietigd, beroep NO, uitspraak ter zitting

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummer: BRE 25/3418


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2026 in de zaak tussen


[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Waalwijk, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak [adres] (de woning) op 1 januari 2024 vastgesteld op € 1.790.000 (de beschikking) Met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Waalwijk voor het jaar 2025 opgelegd.

1.1.

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.

1.2.

De rechtbank heeft het beroep op 22 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen belanghebbende en [persoon] en, namens de heffingsambtenaar,

mr. A.G. Hendriks.

1.3.

Aan het slot van de zitting heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan, waarvan dit proces-verbaal is opgemaakt.

Overwegingen

2. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk. De rechtbank overweegt daartoe dat de heffingsambtenaar de beschikking met de brief van 13 januari 2026 en de aanslag onroerendezaakbelasting wegens een onjuiste objectafbakening van de woning heeft vernietigd. De rechtbank overweegt dat de heffingsambtenaar een nieuwe waardebeschikking kan nemen en ook een nieuwe aanslag onroerendezaakbelasting voor het jaar 2025 op kan leggen. Belanghebbende heeft echter op dit moment geen (financieel) belang meer bij de procedure. De rechtbank kan belanghebbende niet in een betere positie brengen waardoor het beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk is.

2.1.

Partijen zijn overeengekomen dat de heffingsambtenaar als gevolg van de vernietiging van de waardebeschikking het griffierecht aan belanghebbende zal vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2026 door mr. M.M. Dondorp-Loopstra, rechter, in aanwezigheid van mr. R.M.P. Dees, griffier en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.

De griffier is verhinderd dit

proces-verbaal van de mondelinge

uitspraak mede te ondertekenen.

griffier

rechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.