Belastingrecht

Naheffingsaanslag parkeerbelasting, beroep gegrond wegens schending van het vertrouwensbeginsel.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 4 augustus 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
4 augustus 2026
Datum publicatie
12 augustus 2026
Zaaknummer
BRE 25/3743 en 25/3744
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:7601
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Naheffingsaanslag parkeerbelasting, beroep gegrond wegens schending van het vertrouwensbeginsel.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummers: BRE 25/3743 en 25/3744


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 augustus 2026 in de zaak tussen


[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Breda (P1), de heffingsambtenaar.

1. Inleiding

1.1.

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 20 juni 2025 en 4 juli 2025.

1.2.

De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende twee naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd:

  • met [aanslagnummer 1] , dagtekening 28 maart 2025
    (inzake parkeren op 19 maart 2025 in de Concordiastraat) en

  • met [aanslagnummer 2] , dagtekening 31 maart 2025
    (inzake parkeren op 20 maart 2025 in de Concordiastraat).

1.3.

De heffingsambtenaar heeft bij afzonderlijke uitspraken de bezwaren van belanghebbende tegen de twee naheffingsaanslagen ongegrond verklaard. Belanghebbende is daartegen door middel van twee identieke beroepschriften in beroep gekomen bij de rechtbank. De rechtbank heeft tweemaal griffierecht geheven.

1.4.

De heffingsambtenaar heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.

1.5.

De rechtbank heeft de beroepen op 4 augustus 2026 op zitting behandeld. Tijdens deze zitting zijn de bovengenoemde zaken gelijktijdig maar niet gevoegd behandeld. Hieraan heeft belanghebbende [belanghebbende] deelgenomen. De heffingsambtenaar heeft zich bij brief van 3 augustus 2026 afgemeld voor de zitting.

1.6.

Aan het slot van de zitting heeft de rechtbank de onderzoeken gesloten en onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan, waarvan dit proces-verbaal is opgemaakt.

Overwegingen

2. Belanghebbende stelt dat zij mag parkeren in de Concordiastraat, omdat zij beschikt over een parkeervergunning voor het parkeergebied "1304 Gerardus Majella e.o”.

2.1.

Uit de Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2025 en het daarbij behorende Aanwijzingsbesluit parkeerbelastingen 2025 blijkt dat de Concordiastraat niet onder het vergunninggebied "1304 Gerardus Majella e.o” valt. De rechtbank stelt vast dat de naheffingsaanslagen parkeerbelasting daarom in beginsel terecht zijn opgelegd aan belanghebbende.

2.2.

Belanghebbende doet echter een beroep op het vertrouwensbeginsel. De gemeente geeft volgens haar misleidende informatie over het vergunninggebied op de website. De rechtbank constateert dat de informatie op de website formeel gezien correct is, maar wel degelijk verwarring kan scheppen. Op de website bevinden zich namelijk twee verschillende lijsten. Eerst staat op de pagina met de kop ‘Gerardus Majella (incl. stadshart 3) – vergunninggebied 1304’ de lijst ‘Overzicht straten en weggedeelten parkeergebied’, waar de Concordiastraat op staat vermeld als straat waarvan de bewoners een vergunning kunnen aanvragen. Als je verder scrollt volgt nog een lijst waarop de feitelijke vergunninggebieden staan vermeld. Op deze tweede lijst, waar je pas komt als je verder doorklikt op de website, staat de Concordiastraat niet vermeld. De rechtbank is het met belanghebbende eens dat dit voor een burger moeilijk te volgen is en verwarring schept.

2.3.

Ter zitting is gebleken dat belanghebbende daadwerkelijk niet op de hoogte was van het feit dat de Concordiastraat niet viel onder het vergunninggebied en dat zij daarom daar dan ook niet mocht parkeren.

2.4.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het vertrouwensbeginsel in deze procedure is geschonden.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is gegrond wegens schending van het vertrouwensbeginsel. Dat betekent dat de naheffingsaanslagen parkeerbelasting worden vernietigd.

3.1.

Omdat de beroepen gegrond zijn moet de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht vergoeden. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding, omdat belanghebbende geen kosten heeft gesteld die voor vergoeding in aanmerking komen.

3.2.

Met betrekking tot de beroepsgrond van belanghebbende over de kosten van aanmaning en dwangbevelen, merkt de rechtbank op dat de vernietiging van de naheffingsaanslagen tot gevolg heeft dat ook de aanmaningskosten en de kosten van de dwangbevelen komen te vervallen.

3.3.

Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omgeschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank:

  • verklaart de beroepen gegrond;

  • vernietigt de uitspraken op bezwaar;

  • vernietigt de naheffingsaanslagen parkeerbelasting;

  • bepaalt dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht van twee maal € 53,- aan belanghebbende moet vergoeden.

Deze uitspraak is ter zitting gedaan op 4 augustus 2026 door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van M.M.I. van Dijk-Saris, griffier.

griffier

rechter

De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.