Belastingrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Eerste aanleg - enkelvoudig · Belastingrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 13 augustus 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
13 augustus 2026
Datum publicatie
13 augustus 2026
Zaaknummer
24/4396
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:7673
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Hersteluitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummer: BRE 24/4396


hersteluitspraak ter verbetering van de uitspraak van de rechtbank in de zaak tussen


[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,

(gemachtigde: mr. A.J.T.J. Meuwissen),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur,

en

de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.

Overwegingen

1. Gebleken is dat de uitspraak van 19 mei 2026 (hierna: de uitspraak) met zaaknummer 24/4396 fouten bevat. In de aanhef van de uitspraak is de naam van de gemachtigde onjuist vermeld. Daarnaast is in het dictum ten onrechte niet opgenomen dat de inspecteur het griffierecht aan belanghebbende moet vergoeden.

1.1.

De rechtbank constateert dat in de aanhef van de uitspraak is vermeld: “gemachtigde: mr. A.J.T.K. Meeuwissen”. Dit had moeten zijn: “gemachtigde:

mr. A.J.T.J. Meuwissen”.

1.2.

De rechtbank heeft in rechtsoverweging 5.1 van de uitspraak overwogen:

“5.1 Omdat het beroep gegrond is, moet de inspecteur het griffierecht aan belanghebbende vergoeden.”

1.3.

Gelet op de motivering onder 5.1 van de uitspraak moest voor partijen duidelijk zijn geweest dat de inspecteur het griffierecht aan belanghebbende moet vergoeden. In het dictum onder het kopje “Beslissing” had daarom moeten worden opgenomen:

“- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 51 aan belanghebbende moet vergoeden.”

Beslissing

De rechtbank verbetert de fouten in de uitspraak als vermeld onder 1.1 en 1.3, en verstaat dat de uitspraak aldus verbeterd moet worden gelezen.

Deze hersteluitspraak is gedaan door mr. J.A. den Braber-Riemens, rechter, in aanwezigheid van mr. D. Damen, griffier, op 13 augustus 2026. De hersteluitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier

rechter

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Voorts brengt deze uitspraak geen wijziging in de termijn voor hoger beroep tegen de oorspronkelijke uitspraak.