Belastingrecht
WOZ-woning, gegrond. Compromis ter zitting.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 september 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:8519 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 4 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2026-8519
Zaakgegevens
Op 4 september 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 4 september 2026
- Datum publicatie
- 4 september 2026
- Zaaknummer
- BRE 26/244
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:8519
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
WOZ-woning, gegrond. Compromis ter zitting.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 26/244
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 september 2026 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 3 december 2025.
De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak [adres] te [plaats] (de woning) op 1 januari 2024 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 585.000 (de beschikking). Met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Tilburg voor het jaar 2025 opgelegd (de aanslag OZB).
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende gegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de waarde van de woning verlaagd naar € 576.000. De aanslag OZB is dienovereenkomstig verminderd.
De rechtbank heeft het beroep op 31 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en zijn [partner] . Namens de heffingsambtenaar zijn [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] verschenen.
Beoordeling door de rechtbank
2. Partijen hebben ter zitting bij wijze van compromis overeenstemming bereikt in die zin dat de waarde van de woning per waardepeildatum 1 januari 2024 moet worden vastgesteld op € 558.000. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen en het beroep gegrond verklaren.
Conclusie en gevolgen
3. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat de WOZ-waarde moet worden verlaagd. De aanslag OZB volgt de waardebeschikking, dus ook deze moet worden verlaagd. De heffingsambtenaar dient dit uit te voeren.
Omdat het beroep gegrond is moet de heffingsambtenaar het griffierecht aan belanghebbende vergoeden.
Belanghebbende krijgt ook een vergoeding van zijn proceskosten. De heffingsambtenaar moet deze vergoeding betalen. Belanghebbende heeft in dat kader ter zitting een formulier proceskosten overgelegd, waarin wordt verzocht om een vergoeding van € 33,80 aan reiskosten en € 282,16 aan verletkosten, voor belanghebbende en zijn partner. De rechtbank merkt op dat slechts de kosten die door belanghebbende zijn gemaakt voor vergoeding in aanmerking komen. De rechtbank ziet geen aanleiding om de reis- en verletkosten van de partner van belanghebbende door de heffingsambtenaar te laten vergoeden, nu belanghebbende degene is op wiens naam de beschikking is gesteld en die in bezwaar en beroep is gegaan. Dit bekent dat een bedrag van € 16,90 aan reiskosten en € 149,32 aan verletkosten voor vergoeding in aanmerking komen. De totale vergoeding bedraagt dan € 166,22.
Beslissing
De rechtbank:
-
verklaart het beroep gegrond;
-
vernietigt de uitspraak op bezwaar;
-
vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van de woning tot een bedrag van € 558.000;
-
vermindert de aanslag OZB dienovereenkomstig;
-
bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 54,- aan belanghebbende moet vergoeden;
-
veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 166,22 aan proceskosten aan belanghebbende.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.H. de Soeten, rechter, in aanwezigheid van mr. F. de Jong, griffier.
|
griffier |
rechter |
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.
De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.