Belastingrecht
Arikel 8:54 van de Awb: de rechtbank verklaart zich onbevoegd. De ambtshalve beslissing van de…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 7 september 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:8660 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 7 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2026-8660
Zaakgegevens
Op 7 september 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 7 september 2026
- Datum publicatie
- 8 september 2026
- Zaaknummer
- BRE 25/6389, 25/6392 tot en met 25/6404
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:8660
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Arikel 8:54 van de Awb: de rechtbank verklaart zich onbevoegd. De ambtshalve beslissing van de heffingsambtenaar van 31 januari 2025 is niet een voor bezwaar vatbare beschikking.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 25/6389, 25/6392 tot en met 25/6404
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 september 2026 in de zaken tussen
[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van SaBeWa Zeeland, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van belanghebbende tegen de beschikking van de heffingsambtenaar van 31 januari 2025.
Op 16 januari 2025 heeft belanghebbende de heffingsambtenaar per e-mail verzocht om teruggave van forensenbelasting voor de woningen aan de [adres 1] en [adres 2] te [plaats] met betrekking tot de jaren 2015 tot en met 2021.
Het verzoek van belanghebbende is als een verzoek om ambtshalve vermindering beoordeeld en op 31 januari 2025 heeft belanghebbende de beschikking van de heffingsambtenaar ontvangen. In deze beschikking heeft de heffingsambtenaar de forensenbelasting voor het jaar 2021 ambtshalve verminderd en voor de overige jaren het verzoek afgewezen. Tegen deze beschikking heeft belanghebbende beroep ingediend.
De rechtbank verklaart zich kennelijk onbevoegd. Daarom doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Beoordeling door de rechtbank
2. In het belastingrecht geldt een gesloten stelsel van rechtsbescherming. Dit stelsel houdt in dat alleen bezwaar en beroep mogelijk is indien sprake is van een voor bezwaar vatbare beschikking. Een beschikking is voor bezwaar vatbaar als deze beschikking in een belastingwet als zodanig wordt aangemerkt. Dit gesloten stelsel van rechtsbescherming kan meebrengen dat geen bezwaar bij de heffingsambtenaar en beroep bij de belastingrechter mogelijk is.
De ambtshalve beslissing van de heffingsambtenaar van 31 januari 2025 is niet een voor bezwaar vatbare beschikking. Tegen de ambtshalve beslissing kan geen bezwaar noch beroep worden ingediend bij de belastingrechter. Omdat er geen bestuursrechtelijke beroepsmogelijkheden aanwezig zijn, kan alleen een vordering bij de burgerlijke rechter worden ingesteld.
De belastingrechter is dus niet bevoegd om kennis te nemen van de beroepen. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht terug.
Beslissing
De rechtbank:
-
verklaart zich onbevoegd;
-
draagt de griffier op het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 53,- aan hem te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.M. Rosta, griffier, op 7 september 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.