Belastingrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Eerste aanleg - enkelvoudig · Belastingrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 januari 2026

Zaakgegevens

Op 12 januari 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
12 januari 2026
Datum publicatie
12 januari 2026
Zaaknummer
BRE 24/6059
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:93
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

8:54; Onbevoegd

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht

zaaknummer: BRE 24/6059


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 januari 2026 in de zaak tussen


[belanghebbende] , belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

de ontvanger van de Belastingdienst, de ontvanger.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende van 15 augustus 2024. Het beroep gaat over invorderingsmaatregelen genomen in verband met de naheffingsaanslag omzetbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer] F.02.2501.

1.1.

Omdat het beroep kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Belanghebbende heeft op 15 augustus 2024 een beroepschrift ingediend met de wens om in verzet te komen tegen de tenuitvoeringlegging van invorderingsmaatregelen en hij verzoekt om uitstel van betaling van de naheffingsaanslag omzetbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer] F.02.2501. Belanghebbende heeft een brief toegevoegd van 18 mei 2021, afkomstig van de Belastingdienst, waarop het geregistreerd inkomen over het jaar 2020 te zien is.

2.1

Het innen van belastingen behoort tot de taak van de ontvanger. De belastingrechter is als uitgangspunt niet bevoegd te oordelen over beslissingen van de ontvanger op grond van de Invorderingswet 1990. Voor bepaalde besluiten is in de regelgeving een uitzondering gemaakt. Het uitvoeren van invorderingsmaatregelen en het beoordelen van een verzoek om uitstel van betaling vallen niet onder een van de uitzonderingen. Belanghebbende kan bij de ontvanger zelf verzoeken om uitstel van betaling. Een geschil over het uitvoeren van invorderingsmaatregelen en een beslissing op het verzoek om uitstel van betaling kan worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter.

2.3

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van mr. W. Dekkers, griffier op 12 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier, De rechter,

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Dit volgt uit artikel 8:5 van de Awb en artikel 1 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak die behoort bij de Awb. In dat artikel 1 wordt de Invorderingswet 1990 genoemd.