Belastingrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Eerste aanleg - enkelvoudig · Belastingrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 januari 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:95 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 12 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2026-95
Zaakgegevens
Op 12 januari 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 12 januari 2026
- Datum publicatie
- 12 januari 2026
- Zaaknummer
- BRE 24/210
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:95
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
8:54, 8:75a; proceskostenveroordeling
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/210
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 januari 2026 in de zaak tussen
[belanghebbende] B.V., uit [woonplaats] , belanghebbende
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de heffingsambtenaar van de Samenwerking Belastingen Walcheren en Schouwen-Duiveland, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van de heffingsambtenaar in de proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het besluit van de heffingsambtenaar van 1 december 2023. Hij heeft het beroep ingetrokken, omdat de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag parkeerbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer] heeft vernietigd.
Belanghebbende heeft verzocht om proceskosten van € 15,00 voor het uittreksel uit de Kamer van Koophandel en postzegels.
De rechtbank heeft de heffingsambtenaar in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De heffingsambtenaar heeft de rechtbank meegedeeld dat er een bedrag van € 60,00 aan proceskostenvergoeding aan belanghebbende is overgemaakt, bestaande uit € 51,00 aan griffierecht en € 9,00 voor het uittreksel uit de Kamer van Koophandel. De kosten van € 6,00 voor de postzegel heeft de heffingsambtenaar niet uitbetaald, omdat deze kosten niet onder de proceskosten vallen.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling door de rechtbank
Krijgt belanghebbende een vergoeding van haar proceskosten?
2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling gedeeltelijk toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
De rechtbank overweegt dat een proceskostenveroordeling alleen mogelijk is voor kosten zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Portokosten vallen hier niet onder, terwijl de kosten van het uittreksel uit het Kamer van Koophandel hier wel onder valt. De rechtbank wijst het verzoek daarom alleen toe wat betreft de € 9,00 aan het uittreksel uit het Kamer van Koophandel. Voor de overige kosten wijst de rechtbank het verzoek af. De heffingsambtenaar heeft dus terecht alleen het bedrag van € 9,00 vergoed.
Krijgt belanghebbende een vergoeding van het griffierecht?
3. De rechtbank wijst erop dat de heffingsambtenaar verplicht is het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden. Omdat het griffierecht niet valt onder proceskosten, heeft de rechtbank niet de bevoegdheid om deze kosten me te nemen in de uitspraak. Belanghebbende moet zich hiervoor dan ook tot de heffingsambtenaar wenden in het geval de heffingsambtenaar dit nog niet heeft betaald.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 9,00,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van mr. W. Dekkers, griffier op 12 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.