Bestuursprocesrecht

beroep tegen niet tijdig beslissen; beroep niet ontvankelijk, omdat verweerder al op de aanvraag heeft beslist.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 juli 2025

Zaakgegevens

Op 4 juli 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
4 juli 2025
Datum publicatie
4 juli 2025
Zaaknummer
24/5816
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:4248
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

beroep tegen niet tijdig beslissen; beroep niet ontvankelijk, omdat verweerder al op de aanvraag heeft beslist.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 24/5816


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 juli 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats], eiser

en

de staatssecretaris van Financiën, de staatssecretaris.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat de staatssecretaris volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn Woo-verzoek van 27 mei 2024. Dit verzoek ziet op het voorkomen van zijn [onderneming].

1.1.

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.

Is het beroep ontvankelijk en gegrond?

3. Eiser heeft op 6 augustus 2024 een ingebrekestelling gestuurd. De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris, na ontvangst van de ingebrekestelling, bij besluit van 8 augustus 2024 alsnog binnen twee weken heeft beslist.

3.1.

Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. De rechtbank kan geen beslistermijn opleggen en de staatssecretaris hoeft daarom geen dwangsom aan eiser te betalen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van drs. A. Lemaire, griffier, op 7 juli 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb.