Bestuursprocesrecht
beroep ingetrokken, afwijzen pkv
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:7058 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 30 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2026-7058
Zaakgegevens
Op 30 juli 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 30 juli 2026
- Datum publicatie
- 31 juli 2026
- Zaaknummer
- BRE 25/6025
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:7058
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
beroep ingetrokken, afwijzen pkv
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/6025
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 juli 2026 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster
en
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank Utrecht (SVB).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van de SVB in de proceskosten (het griffierecht). Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het besluit van de SVB van 17 oktober 2025. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat de SVB op 1 december 2025 het besluit heeft genomen de uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) weer te gaan betalen vanaf december 2025.
De rechtbank heeft de SVB in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten (het griffierecht). De SVB heeft de rechtbank meegedeeld dat zij geen reden zien om de door verzoekster gemaakte kosten (griffierecht) te vergoeden. De SVB heeft de uitbetaling van de Anw-uitkering hervat als gevolg van informatie die verzoekster na de schorsing van de Anw-uitkering heeft verstrekt.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling (het griffierecht) af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
Is de SVB aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of de SVB geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
Op 22 oktober 2025 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin het bezwaar van verzoekster tegen de schorsing van de betaling van de
Anw-uitkering vanaf april 2025 ongegrond is verklaard. De SVB heeft op 1 december 2025 een nieuw besluit genomen waarin is besloten de Anw-uitkering weer te gaan betalen vanaf december 2025 omdat verzoekster alsnog de informatie heeft gegeven waar de SVB eerder om had gevraagd. Hiermee is de SVB niet tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster. De rechtbank wijst het verzoek daarom als kennelijk ongegrond af.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten (het griffierecht) af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van B.C. van Sprundel-Thelosen, griffier, op 30 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.