Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Voorlopige voorziening · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 juni 2023

Zaakgegevens

Op 8 juni 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
8 juni 2023
Datum publicatie
8 juni 2023
Zaaknummer
AWB- 23_2748 VV
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2023:3960
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Niet-Ontvankelij

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 23/2748 PW VV


uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 juni 2023 in de zaak tussen


[naam verzoeker], uit [woonplaats verzoeker], verzoeker


en

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom.

Inleiding

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 2 mei 2023 (bestreden besluit) van het college over het tijdelijk blokkeren van de betaling van zijn bijstandsuitkering. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. In de Awb is de verplichting opgenomen tot betaling van griffierecht. Dit vloeit voort uit artikel 8:82 van de Awb, in samenhang met artikel 8:41 van de Awb.

2. Verzoeker is bij aangetekende brief van 11 mei 2023 gewezen op de verplichting tot het betalen van griffierecht. Aan verzoeker is meegedeeld dat het griffierecht uiterlijk binnen twee weken moet worden betaald. Verzoeker is er in deze brief ook op gewezen dat bij niet tijdige betaling het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

3. De voorzieningenrechter constateert dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is ontvangen.

4. Hoewel PostNL de aangetekende brief op 13 mei 2023 en 15 mei 2023 niet heeft kunnen bezorgen op het adres van verzoeker, is wel een afhaalbericht op zijn adres achtergelaten. Verzoeker heeft deze aangetekend verzonden brief niet afgehaald, waarna de brief retour is gezonden naar het landelijk dienstencentrum van de rechtspraak. De gevolgen van het niet afhalen van aangetekende poststukken komen voor rekening en risico van verzoeker. Dit betekent dat het niet betalen van griffierecht verzoeker is aan te rekenen.

5 Het verzoek zal daarom kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard.

Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.E.C. Vriends, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.A. Vermunt, griffier, op 8 juni 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.