Arbeidsrecht

Partijen hebben op de mondelinge behandeling een regeling bereikt over de financiële afwikkeling bij een…

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 december 2025

Zaakgegevens

Op 12 december 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Bergen op Zoom
Datum uitspraak
12 december 2025
Datum publicatie
12 december 2025
Zaaknummer
11918350 \ AZ VERZ 25-63 (E)
Rechtsgebied
Civiel recht Arbeidsrecht
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:8880
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Partijen hebben op de mondelinge behandeling een regeling bereikt over de financiële afwikkeling bij een ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Partijen hebben de kantonrechter verzocht een beslissing te nemen over het verzoek van werkgever om de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. Werknemer heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter. Het verzoek wordt toegewen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Bergen op Zoom

Zaaknummer / rekestnummer: 11918350 \ AZ VERZ 25-63

Beschikking van 12 december 2025

in de zaak van

[werknemer] ,

te [plaats 1] ,

verzoekende partij in het verzoek,

verwerende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek,

hierna te noemen: [werknemer] ,

gemachtigde: mr. M.E. Smits,

tegen

[werkgever] ,

te [plaats 2] ,

verwerende partij in het verzoek,

verzoekende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek,

hierna te noemen: [werkgever] ,

gemachtigde: mr. I.I.J. Slangen en mr. L.S. de Wijs.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift

- het verweerschrift tevens houdende een voorwaardelijk tegenverzoek

- de mondelinge behandeling van 5 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

1.2.

Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling in het verzoek een minnelijke regeling getroffen. Partijen hebben met betrekking tot het tegenverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst uitspraak verzocht. Na het sluiten van de mondelinge behandeling is de uitspraak in het tegenverzoek bepaald op vandaag.

2 Het tegenverzoek

2.1.

[werkgever] verzoekt de arbeidsovereenkomst met [werknemer] te ontbinden, omdat de arbeidsverhouding tussen partijen zodanig is verstoord dat van [werkgever] in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. [werknemer] valt daarvan geen verwijt te maken. Ook is herplaatsing niet mogelijk dan wel ligt dit niet in de rede. [werkgever] heeft gesteld dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod. [werkgever] heeft verzocht de arbeidsovereenkomst per 1 februari 2026 te ontbinden.

2.2.

[werknemer] refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter.

3 De beoordeling

3.1.

Mede gelet op de referte van [werknemer] zal de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbinden per 1 februari 2026. Uit de standpunten van partijen blijkt namelijk dat er een redelijke grond is voor ontbinding, aangezien de arbeidsverhouding zodanig is verstoord dat van [werkgever] als werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Herplaatsing van [werknemer] is daarbij niet mogelijk. De beëindiging van de arbeidsovereenkomst is [werknemer] niet verwijtbaar. Partijen hebben overeenstemming bereikt over de financiële afwikkeling van de arbeidsovereenkomst. [werknemer] is arbeidsongeschikt waardoor het opzegverbod conform artikel 7:670 BW van toepassing is. Hierop wordt echter op grond van artikel 7:671b lid 6, onderdeel a, BW een uitzondering gemaakt, omdat het verzoek geen verband houdt met omstandigheden waarop het opzegverbod betrekking heeft.

3.2.

Gelet op de uitkomst van deze procedure is het redelijk dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen per 1 februari 2026,

4.2.

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,

4.3.

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr. Swaanen en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025.