Personen- en familierecht
VCM 3 weken. Arts bepleit afwijzing.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24 oktober 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:7490 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 24 oktober 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/personen-en-familierecht/rekestprocedure/ecli-nl-rbzwb-2023-7490
Zaakgegevens
Op 24 oktober 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 24 oktober 2023
- Datum publicatie
- 30 oktober 2023
- Zaaknummer
- C/02/415129 / FA RK 23/4935
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- RekestprocedureRekestprocedureEen procedure die begint met een verzoekschrift (rekest) aan de rechter in plaats van met een dagvaarding.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.J. Bronsveld te Bergen op Zoom.
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2023:7490
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
VCM 3 weken. Arts bepleit afwijzing.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/415129 / FA RK 23/4935
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 24 oktober 2023 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene01] ,
geboren op [geboortedatum01] 2002 te [geboorteplaats01] ,
wonende te [adres01] , [postcode01] [plaats01] ,
thans verblijvende in de accommodatie GGz WNB, [locatie01] , [adres02] , [postcode02] te [plaats02] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. J.J. Bronsveld te Bergen op Zoom.
1 Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift van 23 oktober 2023, ingekomen ter griffie op 23 oktober 2023, waarin de officier van justitie heeft verzocht om voortzetting van de op 21 oktober 2023 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- het politie informatierapport Wvggz van 23 oktober 2023;
- een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Bergen op Zoom tot het nemen van de crisismaatregel van 21 oktober 2023;
- de medische verklaring van 21 oktober 2023;
- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wvggz;
- een afschrift van de justitiële documentatie.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 24 oktober 2023, in de hierboven genoemde accommodatie.
Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- mevrouw [naam01] , verpleegkundig specialist;
- de heer [naam02] , psychiater
Tevens was de volgende persoon aanwezig, deze is echter niet gehoord:
- Begeleider [naam03] .
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.
2 Verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor betrokkene te verlenen.
3 Beoordeling
Bij beschikking van de gemeente Bergen op Zoom van 21 september 2023 is ten aanzien van betrokkene een crisismaatregel genomen. Op basis daarvan is betrokkene opgenomen en verblijft zij momenteel in de accommodatie GGz WNB, [locatie01] te [plaats02] .
Het vermoeden bestaat dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten
een borderline persoonlijkheidsstoornis. Betrokkene is sinds 2020 reeds twaalf keer opgenomen met een crisismaatregel. Betrokkene heeft al verschillende suïcidepogingen ondernomen. Na een negatieve ervaring met anderen wordt betrokkene vaak emotioneel overspoeld waarna zij destructief gedrag vertoont. Afgelopen vrijdag heeft betrokkene getracht om zich in haar rolstoel (waarin ze zit vanwege beenbreuken door eerdere suïcidepogingen) op de autoweg te begeven, vermoedelijk met als doel om voor de auto’s te rijden. Op die momenten wordt betrokkene volledig door haar stoornis beheerst.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Het ernstige vermoeden bestaat dat dit onmiddellijk dreigend ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit de hierboven genoemde psychische stoornis. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De behandelend psychiater stelt zich tijdens de mondelinge behandeling op het standpunt dat de crisismaatregel niet behoeft te worden voortgezet. Betrokkene kan vrijwillig blijven maar eigenlijk had hij haar al met ontslag willen sturen. De crisismaatregel is bovendien niet doelmatig. De advocaat van betrokkene geeft aan het hier niet helemaal mee eens te zijn. Hoewel betrokkene nu aangeeft dat zij graag vrijwillig wil blijven, is die vrijwilligheid niet altijd bestendig. Betrokkene wil weer op zichzelf gaan wonen en beseft dat zij nog hulp nodig heeft zowel fysiek als psychisch. Zij wil terug naar [plaats03] omdat daar haar netwerk zit. De instelling wil echter dat zij naar [plaats01] gaat omdat ze daar sneller hulpverlening kunnen inschakelen. Betrokkene wil dit laatste echter beslist niet. Dit was ook aanleiding voor de emotionele uitbarstingen van afgelopen week. De advocaat heeft verder niet het idee dat er een concreet plan van aanpak ligt omtrent hoe het nu verder moet in het ambulante kader. Waar moet betrokkene precies heen en welke hulp krijgt ze dan? Zolang dit plan er niet ligt, acht de advocaat de risico’s voor betrokkene te groot. Hij vindt het dan ook in haar belang dat zij voorlopig op de afdeling blijft totdat er meer duidelijkheid is over de ambulante mogelijkheden. Hij vraagt dan ook om het verzoek toe te wijzen. De behandelaar voert aan dat hij over de inhoud gaat en dat hij vindt dat voortzetting van de crisismaatregel niet nodig is. Hij kan betrokkene bovendien altijd nog ontslaan.
Met de advocaat van betrokkene is de rechtbank van oordeel dat een vrijwillig kader op dit moment niet lukt. Betrokkene is erg emotioneel over haar overstap naar het ambulante kader. Zij wil wel graag naar huis maar de vraag is of daar voldoende hulpverlening geboden kan worden omdat er o.a. voor thuiszorg, lange wachtlijsten zijn in [plaats03] . Dit zou betekenen dat betrokkene naar [plaats01] zou moeten, hetgeen betrokkene pertinent niet wil. Betrokkene geeft ook aan dat als ze niet hoeft te blijven, ze zal vertrekken. De vrijwilligheid van betrokkene is dan ook onvoldoende bestendig. Ten aanzien van de doelmatigheid merkt de rechtbank op dat zij begrijpt dat de opname niet direct zal bijdragen aan behandeling van de vermoedelijke stoornis. Echter, een opname kan er wel voor zorgen dat het ernstig nadeel bestaande uit levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel voor zover als mogelijk wordt afgewend. Het afwenden van ernstig nadeel is een van de in artikel 3:4 Wvggz opgenomen doelen. Uiteraard kan betrokkene ook in de instelling een suïcidepoging doen of zichzelf beschadigen, maar daar is er in ieder geval toezicht op betrokkene. Op dit moment kan of wil de behandelaar onvoldoende duidelijkheid geven over de vraag of er in een ambulant kader ook sprake is van hulp en toezicht en zo niet op welke manier deze gerealiseerd kan of moet worden. Zoals het er nu uitziet zal betrokkene bij ontslag naar huis gaan zonder benodigde hulpverlening of toezicht. Gelet op de problematiek van betrokkene acht de rechtbank dit niet verantwoord. De rechtbank is net als de behandelaar van oordeel dat indien mogelijk betrokkene naar huis moet kunnen gaan maar dan dient er wel een goed plan te liggen om betrokkene in het ambulante kader te begeleiden. Indien dit niet het geval is, acht de rechtbank de risico’s voor betrokkene te groot om die stap te maken. De behandelaar heeft duidelijk te kennen gegeven hier anders over te denken en stelt zich op het standpunt dat hij over de inhoud gaat en niet de rechtbank. Op zich is dit juist. Het uitgangspunt van de wet is dat de zorgverantwoordelijke en de rechter ieder hun eigen verantwoordelijkheden hebben. De zorgverantwoordelijke is verantwoordelijk voor de diagnose en de inhoud van o.a. het zorgplan en de rechter toetst of de voorgestelde zorg voldoet aan de beginselen van o.a. proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid en het ultimum remedium beginsel alsmede de andere wettelijke vereisten. De rechter blijft daarin echter een eigen verantwoordelijkheid houden en behoeft niet automatisch het advies van de behandelaar te volgen. De behandelaar heeft verder opgemerkt dat hij betrokkene altijd met ontslag kan sturen. Dit staat de behandelaar uiteraard vrij. Deze keuze en de verantwoordelijkheid daarvoor laat de rechtbank bij hem.
De rechtbank is van oordeel dat de in de crisismaatregel genoemde zorg noodzakelijk is om het nadeel af te wenden, te weten:
- het opnemen in een accommodatie.
Zoals hierboven toegelicht heeft de rechtbank niet kunnen vaststellen dat er minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde beoogde effect hebben.
De rechtbank is van oordeel dat de voorgestelde verplichte zorg evenredig is en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, voor de verzochte duur van drie weken, met ingang van heden en tot en met 14 november 2023.
4 Beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene01] , geboren op [geboortedatum01] 2002 te [geboorteplaats01] ;
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregel zoals genoemd in rechtsoverweging 3.6 kan worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 14 november 2023 .
|
Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. Jansen, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2023 in tegenwoordigheid van mr. De Haas als griffier, en op 27 oktober 2023 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend. |
||