Personen- en familierecht
Intrekking gemeenschappelijk verzoek echtscheiding
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 januari 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:21 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 5 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/personen-en-familierecht/rekestprocedure/ecli-nl-rbzwb-2026-21
Zaakgegevens
Op 5 januari 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 5 januari 2026
- Datum publicatie
- 6 januari 2026
- Zaaknummer
- C/02/442731 FA RK 25-6298
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- RekestprocedureRekestprocedureEen procedure die begint met een verzoekschrift (rekest) aan de rechter in plaats van met een dagvaarding.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:21
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Intrekking gemeenschappelijk verzoek echtscheiding
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/442731 FA RK 25-6298
5 januari 2026
beschikking
in de zaak van
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. B.H. van der Zwan,
en
[de man] ,
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen de man,
advocaat mr. B.H. van der Zwan.
1. Het procesverloop
Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 4 december 2025 ontvangen verzoekschrift van partijen, met bijlagen;
- de brief van mr. Van der Zwan van 16 december 2025.
2 De beoordeling
Blijkens voormelde brief trekken partijen het verzoek in.
Nu het verzoek in zijn geheel is ingetrokken, zullen de gronden van het verzoek niet meer worden onderzocht, om welke reden dat verzoek zal worden afgewezen.
3 De beslissing
De rechtbank
wijst het verzoek af.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. Haerkens-Wouters, rechter, en in tegenwoordigheid van Block, griffier, in het openbaar uitgesproken op 5 januari 2026. |
||
|
Mededeling van de griffier: Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. |
||