Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Rekestprocedure · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 februari 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:2111 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 20 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/personen-en-familierecht/rekestprocedure/ecli-nl-rbzwb-2026-2111
Zaakgegevens
Op 20 februari 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 20 februari 2026
- Datum publicatie
- 23 maart 2026
- Zaaknummer
- C/02/445204 / FA RK 26-883
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- RekestprocedureRekestprocedureEen procedure die begint met een verzoekschrift (rekest) aan de rechter in plaats van met een dagvaarding.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:2111
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
intrekkingsbeschikking
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/445204 / FA RK 26-883
Datum uitspraak: 20 februari 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1979 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. Z. Yeral uit Roosendaal.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
-
het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 19 februari 2026;
-
de intrekking van het verzoek door de officier van justitie van 20 februari 2026.
2 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.
Dit verzoek is op 20 februari 2026 door de officier van justitie ingetrokken.
3 De beoordeling
Gelet op de intrekking van het verzoek alvorens de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, zal de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in het verzoek, omdat dit verzoek niet verder kan worden onderzocht.
4 De beslissing
De rechtbank:
verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in het verzoek.
|
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 6 maart 2026. |
||
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.