Personen- en familierecht
Verbetering van de beschikking.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 maart 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:2930 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 13 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/personen-en-familierecht/rekestprocedure/ecli-nl-rbzwb-2026-2930
Zaakgegevens
Op 13 maart 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 13 maart 2026
- Datum publicatie
- 13 april 2026
- Zaaknummer
- C/02/442173 / JE RK 25-2061
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- RekestprocedureRekestprocedureEen procedure die begint met een verzoekschrift (rekest) aan de rechter in plaats van met een dagvaarding.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:2930
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verbetering van de beschikking.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/442173 / JE RK 25-2061
verbetering van de beschikking
in de zaak van
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, ZEELAND-WEST-BRABANT,
locatie Breda,
hierna te noemen Raad,
over
[het thans nog ongeboren kind] ,
hierna te noemen het thans nog ongeboren kind.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder]
hierna te noemen de moeder,
met een briefadres in de Basis Registratie Personen (BRP) ingeschreven in [plaats].
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling STICHTING LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING,
locatie Eindhoven,
hierna te noemen de GI.
1. De beoordeling
Op grond van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verbetert de rechter altijd op verzoek van een partij of ambtshalve in zijn vonnis, arrest of beschikking een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent.
De rechtbank is van oordeel dat er een kennelijke fout is opgetreden in de beschikking van 5 december 2025, nu daarin het thans nog ongeboren kind voorlopig onder toezicht is gesteld van de GI met ingang 5 december 2025 tot [datum] 2025. Voornoemde fout is voor eenvoudig herstel vatbaar. De rechtbank zal de beschikking van 5 december 2025 met betrekking tot de periode van de ondertoezichtstelling ambtshalve verbeteren op onderstaande manier.
2. De beslissing
De rechtbank
verbetert genoemde beschikking van 5 december 2025, in die zin dat onder 5. De beslissing, onder beslissing 6.2., in plaats van:
stelt het thans nog ongeboren kind voorlopig onder toezicht van de GI met ingang van
5 december 2025 tot [datum] 2025.
wordt gelezen
stelt het thans nog ongeboren kind voorlopig onder toezicht van de GI met ingang van
5 december 2025 tot [datum] 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van de Kraats, rechter, en, in tegenwoordigheid van mr. Hurkmans, griffier, in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026.