Personen- en familierecht
Verzoek vaststelling zorgregeling. Partijen zijn weer bij elkaar. Intrekking verzoek. Afwijzing verzoek.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26 maart 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:3392 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 26 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/personen-en-familierecht/rekestprocedure/ecli-nl-rbzwb-2026-3392
Zaakgegevens
Op 26 maart 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 26 maart 2026
- Datum publicatie
- 26 april 2026
- Zaaknummer
- C/02/434116 / FA RK 25-1869
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- RekestprocedureRekestprocedureEen procedure die begint met een verzoekschrift (rekest) aan de rechter in plaats van met een dagvaarding.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:3392
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek vaststelling zorgregeling. Partijen zijn weer bij elkaar. Intrekking verzoek. Afwijzing verzoek.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/434116 / FA RK 25-1869
Datum uitspraak: 26 maart 2026
beschikking
in de zaak van
[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de man,
advocaat voorheen: mr. R.M. van Breemen,
nu, procederende zonder advocaat,
en
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. M. Bredius.
1 Het procesverloop
Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 9 april 2025 ontvangen verzoekschrift van de man, met bijlagen;
- het vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 24 maart 2025;
- de UHA-rapportage van 10 december 2025;
- de brief van mr. Bredius van 24 december 2025;
- de e-mail van de man van 9 februari 2026.
2 De beoordeling
Bij vonnis in kort geding van 24 maart 2025 (zaaknummer C/02/431548 / KG ZA 25-56) heeft de voorzieningenrechter een voorlopige zorgregeling vastgesteld tussen de man en de minderjarige kinderen van partijen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en zijn ze ten behoeve van de onderhavige procedure verwezen naar een UHA-traject.
Blijkens de UHA-rapportage van 10 december 2025 is de situatie tussen partijen inmiddels gewijzigd. Partijen zijn weer bij elkaar gekomen en zijn in september 2025 met elkaar getrouwd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen volledig bij beide ouders.
Door en namens de vrouw is bij brief van 24 december 2025 aangevoerd dat partijen inmiddels weer samen zijn en goede afspraken hebben gemaakt over de taakverdeling tussen hen. Nu de relatie is hersteld zal het verzoek dat door de man is ingediend kunnen worden ingetrokken. Echter, de man heeft geen bijstand meer van een advocaat. Gelet hierop verzoek mr. Bredius een beschikking af te geven waarbij het verzoek van de man wordt afgewezen.
De man heeft bij e-mail van 9 februari 2026 zijn verzoek ingetrokken. Hij heeft aan dat het gezin weer is herenigd en partijen inmiddels zijn getrouwd.
Nu het verzoek in zijn geheel is ingetrokken, zullen de gronden hiervan niet meer worden onderzocht, om welke reden dit verzoek zal worden afgewezen.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
3 De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af;
compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. Toekoen, kinderrechter, en in tegenwoordigheid van Van Diepen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2026. |
||
|
Mededeling van de griffier: Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. |
||