Personen- en familierecht

Rechtbank relatief onbevoegd; verwijzingsbeschikking

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24 april 2026

Zaakgegevens

Op 24 april 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
24 april 2026
Datum publicatie
25 mei 2026
Zaaknummer
C/02/447128 / FA RK 26-1906 en C/02/447130 / FA RK
Procedure
Rekestprocedure
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:4543
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Rechtbank relatief onbevoegd; verwijzingsbeschikking

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummers: C/02/447128 / FA RK 26-1906 (provisioneel verzoek)

C/02/447130 / FA RK 26-1908 (bodemverzoek)

Datum uitspraak: 24 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over de bevoegdheid

in de zaak van

[de vrouw],

hierna te noemen de vrouw,

wonende te [woonplaats 1],

en

[de man] ,

hierna te noemen de man,

wonende te [woonplaats 2],

betreffende de minderjarige:

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2015 te [geboorteplaats].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 10 april 2026.

2 De beoordeling

2.1.

Op grond van artikel 265 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is de rechter van de woonplaats van de minderjarige of, bij gebreke van een woonplaats in Nederland, van het werkelijk verblijf van de minderjarige, bevoegd om van het onderhavige verzoek kennis te nemen. In gevolge artikel 1:12 van het Burgerlijk Wetboek is de woonplaats van de minderjarige dezelfde als de woonplaats van degene die het gezag over de minderjarige uitoefent.

2.2.

Aangezien de moeder die het ouderlijk gezag over de minderjarige uitoefent woonachtig is in [woonplaats 1], is de rechtbank Zeeland-West-Brabant onbevoegd.

2.3.

Ingevolge artikel 270, eerste lid, Rv zal de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, worden verwezen naar de wel bevoegde rechter, te weten de rechtbank Oost-Brabant.

3 De beslissing

De kinderrechter:

3.1.

verklaart zich onbevoegd om van de verzoeken kennis te nemen;

3.2.

verwijst de zaken, in de stand waarin zich deze bevinden, naar de rechtbank Oost-Brabant, locatie ‘s-Hertogenbosch.

Deze beschikking is gegeven door mr. Van Gessel, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2026, in aanwezigheid van Van Dongen als griffier.