Personen- en familierecht
Rechtbank relatief onbevoegd; verwijzingsbeschikking
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24 april 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:4543 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 24 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/personen-en-familierecht/rekestprocedure/ecli-nl-rbzwb-2026-4543
Zaakgegevens
Op 24 april 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 24 april 2026
- Datum publicatie
- 25 mei 2026
- Zaaknummer
- C/02/447128 / FA RK 26-1906 en C/02/447130 / FA RK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- RekestprocedureRekestprocedureEen procedure die begint met een verzoekschrift (rekest) aan de rechter in plaats van met een dagvaarding.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:4543
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Rechtbank relatief onbevoegd; verwijzingsbeschikking
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummers: C/02/447128 / FA RK 26-1906 (provisioneel verzoek)
C/02/447130 / FA RK 26-1908 (bodemverzoek)
Datum uitspraak: 24 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over de bevoegdheid
in de zaak van
[de vrouw],
hierna te noemen de vrouw,
wonende te [woonplaats 1],
en
[de man] ,
hierna te noemen de man,
wonende te [woonplaats 2],
betreffende de minderjarige:
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2015 te [geboorteplaats].
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 10 april 2026.
2 De beoordeling
Op grond van artikel 265 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is de rechter van de woonplaats van de minderjarige of, bij gebreke van een woonplaats in Nederland, van het werkelijk verblijf van de minderjarige, bevoegd om van het onderhavige verzoek kennis te nemen. In gevolge artikel 1:12 van het Burgerlijk Wetboek is de woonplaats van de minderjarige dezelfde als de woonplaats van degene die het gezag over de minderjarige uitoefent.
Aangezien de moeder die het ouderlijk gezag over de minderjarige uitoefent woonachtig is in [woonplaats 1], is de rechtbank Zeeland-West-Brabant onbevoegd.
Ingevolge artikel 270, eerste lid, Rv zal de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, worden verwezen naar de wel bevoegde rechter, te weten de rechtbank Oost-Brabant.
3 De beslissing
De kinderrechter:
verklaart zich onbevoegd om van de verzoeken kennis te nemen;
verwijst de zaken, in de stand waarin zich deze bevinden, naar de rechtbank Oost-Brabant, locatie ‘s-Hertogenbosch.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Gessel, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2026, in aanwezigheid van Van Dongen als griffier.